![]() ReligieuzenReligieuzen in het algemeenDominicanen zijn religieuzen. Omdat in het woord religieus religie kan door- klinken zou men kunnen denken dat religieuzen dus vrome en godsdienstige mensen zijn. Wereldvreemd. Opgesloten in kloosters. Maar ‘religieus’ stamt van het Latijnse woord ‘religere’ en dat betekent binden en verbinden. Religieuzen leven in een gemeenschap, ook wel communiteit genoemd. Zij delen leven, goed en huis. Zij binden zich aan elkaar en gaan jegens de anderen, die ook voor deze levensstaat hebben gekozen, verplichtingen aan. De trouw aan elkaar formuleren zij in de drie geloften. De eerste is gehoorzaamheid. Ze zul- len naar elkaar horen en samen horen naar wat hen bindt. De tweede is de armoede. Dat betekent in de eerste plaats niet dat ze niets hebben maar dat ze alles gemeenschappelijk delen en beheren. De derde gelofte is die van het celibaat. Ze zien af van het huwelijk, omdat zij zich gezamenlijk binden aan God en zijn koninkrijk. VerscheidenheidEr zijn verschillende soorten religieuzen. Deze worden aangeduid als orde of congregatie al naargelang de tijd van ontstaan. Ze hebben hun eigen ken- merken. Dat hangt samen met de reden waarom ze zijn gesticht. Beschouwend leven, pastorale zorg, onderwijs, verpleging van zieken, ouderen en wezen. Bepaalde congregaties zijn uitsluitend in het leven geroepen om zendingsarbeid in de wijde wereld te verrichten. Deze religieuze groeperingen formuleren hun doelstelling in algemene bewoordingen in hun regel. Deze wordt weer uitge- werkt in constituties en/of statuten, die in de loop van de tijd kunnen worden bijgesteld of herzien. De zogenaamde grote orden zijn internationaal en over veel landen verspreid.: Franciscanen, Dominicanen, Carmelieten, Augustijnen en Jezuïeten. Dat geldt ook voor een aantal congregaties. De meeste congregaties echter zijn aan een bepaald land gebonden en hebben soms een zeer beperkte doelstelling. Mannelijke en vrouwelijke kloosterlingen leven in gescheiden gemeenschappen. In onze tijd ontstaan hier en daar ook gemengde communiteiten. overpeinzingElke christelijk-religieuze groepering heeft een eigen
spiritualiteit, waarvan het evangelie van Jezus Christus de oerbron is
en blijft. Tegelijk zijn er veel plaatsen in het huis van mijn Vader.
Als dit gezegde al geldt voor de hemel, dan vast en zeker hier voor
onze aardse tijdelijkheid.
Zelf formuleer ik de dominicaanse spiritualiteit het liefst met twee
sleutelwoorden van een Franse dominicaan uit de 19de eeuw,
père
Lacordaire: hij sprak van ‘Présence au
monde’ en
‘présence à Dieu’. Dat wil
zeggen: eerst
luisteren, attent zijn op wat er in de wereld gaande is, hier en
nu; En, anderzijds, ‘présence
à Dieu’:
wandelen voor Gods aanschijn of leven in het besef van Gods nooit
aflatende zorgende aanwezigheid. Dat zijn de twee polen, het
spanningsveld waarbinnen de dominicaanse spiritualiteit tot bloei komt.
Dáár, en daar alleen, dus in ons attent zijn voor
wat er
in de wereld gaande is, vangen we flitsen of sporen op van de levende
God, die zich laat gelden in onze wereld. Dat is de typisch
dominicaanse levensvisie.
prioren van de laatste 50 jaar
koorgebed |