17e zondag door het jaar
Genesis 18,20-32; Lucas 11,1-13
Nadat Jezus de leerlingen heeft onderricht hoe te
bidden, geeft hij een toelichting. En hij doet dat door te vertellen
hoe de ene vriend midden in de nacht bij de andere aanklopt omdat ze
midden in de nacht om brood verlegen zitten.
In zijn toelichting spoort Jezus ons aan om te vragen: vraagt en u zal
gegeven worden, klopt en u zal worden opengedaan, zo drukt hij ons op
het hart. Het is goed om hier eens bij stil te blijven staan. Anders
blijft de uitspraak vraagt en u zal gegeven worden en klopt en u zal
worden opgengedaan, wel erg verheven klinken. En hoe moet je je dat
verhevene dan voorstellen.. ver weg misschien, of in de toekomst of
heel lang geleden of in een andere dimensie? Maar Jezus heeft het niet
over ver weg of heel lang geleden, of een andere dimensie. Nee, hij
maakt het levensecht. Alsof er bij u of bij mij ’s nachts
wordt aangeklopt, en ons bij nacht en ontij wordt gevraagd de deur open
te doen voor bezoek. Dan zeggen we: wat is er zo dringend, laat me met
rust, morgen komt er weer een dag. Maar dan zijn die onaangekondigde
bezoekers zo brutaal om niet weg te gaan, in tegendeel, ze hebben een
heel verhaal waarom het niet tot morgen kan wachten. Het moet
nu.
We hebben het allemaal wel eens aan den lijve meegemaakt, iemand die
nogal onbescheiden blijft aandringen. Daar ben je dan dan
geërgerd over, maar je gaat toch overstag, inwendig mopperend
misschien. Je zou het zelf namelijk niet in je hoofd halen om iemand zo
in verlegen-heid te brengen, maar je geeft toe want je wilt geen
botterik zijn. Ach wat maakt het ook uit op de eeuwigheid..denk je bij
jezelf.
In Jezus lering over hoe we moeten bidden horen we de uitnodiging om te
vragen, om aan te dringen en te blijven aankloppen. En lieve mensen,
blijven aandringen dat is precies wat Abraham doet als hij onwille van
slechts een paar rechtvaardigen in de steden Sodom en Gomorra, bij zijn
Heer en bondgenoot pleit voor het behoud van die steden. Voor die paar
rechtvaardigen temidden van alle onrecht blijft Abraham
aandringen.
Mensen, psalm 138 geeft in een paar zinnen de kern aan waar het om gaat
bij dat vragen en dat aankloppen. Ik geef u die zinnen nog eens. We
hoorden ze straks zingen:
De Heer is de verhevene die let op de geringe
En ook:
U wil ik prijzen, Heer, uit heel mijn hart,
omdat Gij naar mijn bidden hebt geluisterd.
Verhoor mij elke dag dat ik U aanroep,
dan geeft Ge mij weer nieuwe kracht.
Jezus nodigt ons uit om
te bidden zoals de psalmist en aan te dringen zoals Abraham. We hebben
het weer eens gehoord vandaag hoe hij blijft aandringen om allen te
sparen terwille van slechts 10 rechtvaardigen. Weet u nog? Ik ben
slechts stof Heer, zegt hij. Nadat de Schepper aan Abraham zijn vriend
heeft toevertrouwd wat hij van plan is met de steden Sodom en Gomorra,
krijgt hij van deze slimme mens van kwetsbaar vlees en bloed, een
ethische vraag voorgelegd: Wat vindt u er nou van als schepper en de
rechter van de hele wereld, is het rechtvaardig om de goeden onder de
kwaden te laten lijden?
Bijzonder eigenlijk, de Verhevene, de Schepper en rechter van hemel en
aarde heeft sporen van zijn rechtvaardigheid in Abraham ingeschapen, en
krijgt een koekje van eigen deeg. Want Abrahams rechtvaardigheidsgevoel
komt tot spreken. En op Abrahams vraag of de goeden onder de kwaden
moeten lijden, kan je natuurlijk geen ja zeggen. Abraham schrikt zo van
wat zijn Heer hem toevertrouwt, dat hij gewoon begint te onderhandelen.
Hij begint bij slechts 50 rechtvaardigen. Maar Abraham houdt niet op
bij die 50. Maar stel nou dat er aan die 50 rechtvaardigen eens 5
ontbreken..oppert hij.
En zes keer waagt Abraham het om aan te dringen, tot hij is aangekomen
bij een getal van slechts 10 rechtvaardigen. Abraham vertrouwt. De Ene
is voor hem geen leeg loket, maar degene aan wie hij rechtstreeks
vragen stelt. Met verschuldigde eerbied maakt Abraham zich sterk voor
de schrijnende gevallen.
Lieve mensen, dat pleidooi met al die vragen van Abraham, dat is een
vertrouwend gebed in een relatie van vertrouwelijkheid. Net zo vol
vertrouwen en vertrouwelijk als het gebed dat Jezus aan de leerlingen
leerde. En dat wij kennen als het Onze Vader.
Laten we daarom zo leven alsof God ons vertrouwen waard is, laten we
leven, bidden en handelen als Abraham, op uitnodiging en in navolging
van Jezus, de levende. Dat het zo mag zijn.
25 juli 2010, Mies Singendonk OP
zie voor vroegere preken elders
