|
Tweede zondag van de advent
eerste lezing: Jesaja 40,1-11
evangelielezing: Marcus 1,1-18
Wie van ons is als Jesaja, als Johannes de Doper?
Wat een gekke vraag. Niemand natuurlijk! Zij waren profeten. Maar dan
niet in de betekenis, die we er soms aan geven. Ze vertelden niets over
de toekomst. Het waren geen voorspellers. Ze keken naar het verleden en
vertelden de mensen, wat ze moesten doen in het heden
dan zou de
toekomst goed worden.
Dan hoop ik eigenlijk maar, dat ieder van ons een profeet is.
Kijk naar het verleden, zeg net wat de andere mensen moeten doen, maar
zeg tegen jezelf, wat ik iedere dag kan doen. Dan zal de toekomst goed
zijn.
Wees realist. De vrede van God is te bereiken, als ieder van ons mee werkt.
Dan wordt het door onze werkzaamheden ook een vrede voor mensen. Dat is
geen vrome wens, dat kan keiharde werkelijkheid worden, als we doen als
Jesaja en Johannes om er maar twee te noemen, want er waren en er zijn
verschrikkelijk veel mensen, die dat ook werkelijkheid maken. Zo vaak
wordt vrede en verlossing werkelijkheid door mensen zoals wij.
We worden uitgenodigd om de ogen te openen en te waken, om wakker te blijven
om een diepe werkelijkheid te ontdekken: God heeft ieder van ons geroepen
om deel te nemen aan het leven van zijn zoon en wij zijn geroepen om de
verlossing van God nu al aan de wereld duidelijk te maken.
De weg die we moeten gaan is die van de vrede, barmhartigheid en trouw,
want wij allemaal verwachten in vertrouwen op de Heer een nieuwe hemel
en een nieuwe aarde, daar werken we voor om gerechtigheid te laten wonen
bij ons thuis.
Wij Christenen blijven hopen en vertrouwen op de Heer en we willen met
zijn komst bespoedigen, dat er weer of voor de eerste keer een hemel op
aarde komt. We weten allemaal heel duidelijk, dat de komst van Jezus,
van zijn koninkrijk veel belangrijker is dan het vieren van een verjaardag,
want het gaat om het laten komen van die nieuwe wereld en dan komt die
nieuwe hemel er vanzelf.
Jesaja en de Doper, maar ook iedere predikant vraagt ons om gevoelig te
zijn voor het ontdekken van wie komen gaat en wat Hij meebrengt. O nee
het gebeurt niet als met Sinterklaas, of juist wel, maar dan zoals wij,
grote mensen, weten hoe het gebeurt. Sinterklaas is geen vreemdeling,
hij is niet verdwaald. En wij, grote mensen, weten allemaal, dat dit niet
alleen geldt voor Sinterklaas, maar voor al die goedheilige mensen, die
er in het verleden en het heden rond liepen en lopen op aarde.
|
In het leven van ons wordt ook de noodzaak verondersteld om attent te
zijn en te kijken naar de geschiedenis om de sporen van God te vinden,
maar ook te ontdekken waar Hij afwezig is en zijn wegen te zoeken. De
levensstijl van profeten, heiligen en van ons Christenen, onze manier
van leven laat ons zien dat het niet gemakkelijk is om tekens van de hemel
te ontdekken. Laten we dan zoeken naar tekens van de aarde. We kunnen
God ontmoeten als we interesse hebben om ruimte te scheppen, om onder
te duiken in de diepte van onszelf zonder vrees voor de stilte, om de
open confrontatie aan te gaan met het woord van God, met het leven van
Jezus, die ons helpt om dat allemaal te begrijpen. Het is mogelijk ons
voor te doen als gelovigen van die werkelijkheid, die in ons woont en
ons overtreft; dan moeten we ons en de mensen naast ons zoeken en bereid
zijn om ja te zeggen tegen het zoeken naar goedheid in de wereld. Die
is er, maar we moeten die ontdekken.
Het duidelijkste voorbeeld toont Jezus ons, die mens werd. Menselijkerwijs
gesproken was dat wel een paar stapjes terug. Op diezelfde manier probeerde
de Doper niet te werken aan volgelingen, maar zond hij hen naar die achter
hem aankwam
Het is moeilijk om de werkelijkheid van God te ontdekken die aan anderen
aan te wijzen door vrij baan te scheppen zonder ons om te vormen in voorvechters
en soms struikelblokken. We moeten mensen zijn, die niet alleen wegwijzers,
maar ook wegbereiders zijn voor verlossing van alle mensen door Jezus.
We moeten de weg vrijmaken voor vrede en gerechtigheid.
Hoe vaak zeggen we niet dat het een schande is dat onze wereldse maatschappij
de vloer aanveegt met onze godsdienstige waarden, maar laten we dan ook
duidelijk maken wat ons leven beweegt en ook rustig kijken naar zoveel
mensen die leven in solidariteit met de meest verlaten mensen, vaak zonder
een credo, zonder dat ze denken aan een hiernamaals. Er zijn zoveel vrijwilligers
binnen en buiten de kerk, die proberen samen te werken en mensen te troosten,
nabij zijn aan mensen, die lijden van welke ramp dan ook en dat laten
zien in het leven van elke dag.
Wie weet, zijn wij wel dat legioen van mensen, die niet op de eerste plaats
praten over godsdienst maar die toch een weg in de woestijn banen, de
paden recht maken.
Mogen wij, gelovigen en ongelovigen, in staat zijn om te ontdekken dat
we samen bezig zijn aan een nieuwe wereld. Mogen wij uitdragen, dat "onze
God hier is".
God is er als wij om ons heen ruimte scheppen voor liefelijkheid, begrip,
barmhartigheid. God is er als gerechtigheid en vrede elkaar omhelzen.
Dat wens ik u allen toe. Amen.
Antoon Boks
|
| Derde
zondag van de advent
eerste lezing: Jesaja 61,1-11
evangelielezing: Johannes 1,6-8+19-28
Het is een wonderlijk gesprek dat daar plaats vindt
aan de overzijde van de Jordaan! Tot driemaal toe zegt Johannes wie hij
niet is! Hij geeft daarmee te kennen dat het niet om zijn persoon gaat
maar om het licht waarvan hij kwam getuigen. Hij noemt zichzelf een 'stem'
en dat brengt ons terug bij het begin van de Bijbel waar het evangelie
van Johannes naar verwijst als wij lezen: 'Sinds het begin is er het spreken,
ja God zelf is dat spreken'.
Als je dat met eigen woorden zou moeten zeggen, dan betekent het dat het
eerste woord aan de Eeuwige is, die zichzelf uitspreekt en aan mensen
te kennen geeft. God zoekt de mensen tot op vandaag!
Als Johannes zich 'een stem' noemt dan verwijst hij naar dat spreken van
de Eeuwige waarvan hij de getuige is! Hij roept opnieuw wakker wat er
over de Eeuwige is gezegd door profeten. Zij hebben door de eeuwen heen
gesproken over Gods trouw aan mensen, over zijn beloftevolle Naam die
altijd weer licht ontstoken heeft waar duisternis en chaos was. De God
die sprak 'er zij 'licht' heeft in mensen vanouds de verwachting gewekt
van een nieuwe aarde waar gerechtigheid heerst, waar geslagen harten troost
vinden en er bevrijding komt voor allen die vastgeketend zijn .
Ook de plaats waar de Voorloper over zichzelf getuigt is van belang. Die
plaats roept de herinnering op aan de grote bevrijding die het volk onder
Mozes heeft beleefd, toen zij uit de onderdrukking van farao weg zijn
getrokken en de vrijheid van een nieuw land tegemoet zijn gegaan.
|
Wanneer de Eeuwige mensen roept is dat om hen tot bevrijde mensen te maken
die leven in het licht en getekend worden door gerechtigheid. De woorden
die Jezus tot ons zal spreken zullen ons doordringen van zijn gezindheid
en dopen in zijn Geest.
Wanneer Johannes tenslotte zegt dat 'midden onder u Hij staat die gij
niet kent', dan roept hij zijn toehoorders van toen en ook ons nu op om
opnieuw te gaan horen naar die stem, de roepstem van God die ons tot een
nieuw leven uitnodigt. Hij zegt het op een plaats die Betanie heet hetwelk
betekent het 'huis van de arme', want juist in arme en niet door ons geachte
mensen - daar waar wij het niet verwachten - , wordt die stem gehoord.
In die stem klinkt mee het oeroude visioen van een goede aarde voor mensen
van Gods welbehagen.
Laten wij arm van geest worden en ons openen voor die stem, voor de aloude
verhalen die vertellen van Gods omgang met de mensen! Laten wij opnieuw
opengaan voor de woorden van de rabbi uit Nazareth aan wie wij mogen horen
en zien hoe de mens naar Gods hart er uitziet. Wij zullen er mensen door
worden die licht verspreiden en anderen een plaats geven onder de zon.
Wij zullen woorden tot elkaar spreken die de gevangenissen, het isolement
en de eenzaamheid waarin mensen terecht zijn gekomen, weer openen. En
waar ogen weer open gaan, verlamden weer kunnen lopen en mensen herders
worden voor elkaar, zullen wij diepe vreugde in ons dragen omdat wij in
vrijheid leven met en voor elkaar en zo langzaam maar zeker de nieuwe
aarde gestalte zien krijgen! God moge ons allen die blijdschap geven.
Henk Jongerius, zondag Gaudete 2005
|
| Vierde
zondag van de advent
eerste lezing: 2Samuel 7,1-16
evangelielezing: Lucas 1,26-38
Wachten op God. Dat is het beeld, dat het eerste deel
van de evangelielezing oproept. Zo hebben vele kunstenaars en mensen,
die nadenken over Maria, haar getekend: een zittende of knielende jonge
vrouw; de handen gevouwen of opengelegd om te ontvangen. Zij wacht niet
zo maar. Het is een actief verwachten, want de Schriften liggen open,
heel dikwijls op haar schoot. Zij hoort vol aandacht en probeert te verstaan.
Alles is geordend voor een scheppend gebeuren: het neerdalen van de Geest.
Nog een ander beeld dient zich aan. Ik zie de jonge kerk lang geleden
en bij haar prille begin in Jeruzalem bijeen. Ze leest de Schriften, er
wordt samen over gesproken, ze zingt en bidt. Ze wacht op God. Dan daalt
de Geest neer als een vuur. Harten worden in gloed gezet, mensen worden
als door een hevige wind van stof ontdaan, verfrist en in een nieuw vel
gestoken. Het Woord, dat zij hoorden in lezen en mediteren, kan geschieden,
dat wil zeggen werkelijkheid gaan worden in het leven van elke dag. Dat
Woord zet hen aan tot daden, die heil, dat wil zeggen heling of genezing
brengen.
Als de Eeuwige het huis van een nieuwe wereld bouwt, gaat dat gepaard
met een actief wachten. David was te snel. Hij was wel actief maar kon
niet wachten. Hij wilde snel een tempel in elkaar timmeren om zijn schuldgevoel
het zwijgen op te leggen, want hijzelf woonde immers in een fraai huis,
terwijl God, die hem zo gezegend had, in een tent verbleef. Zo zag hij
dat tenminste. De profeet helpt hem, aangespoord door een Woord van de
Levende, uit de droom. Als je over de toekomst, het huis bouwen en het
wonen van God spreekt, moet je van goede huize komen, wil je daarbij een
rol mogen en kunnen spelen. De profeet laat David weten, dat de Levende
zijn huis -dat is een gemeenschap van levende mensen- zal zegenen en tot
aanzien brengen. Als die gemeenschap zich het Woord van God blijft herinneren
en ernaar leeft, zal dat huis zegen ontvangen, want het wordt tot het
huis van God. Dat kost tijd, veel tijd. Dat huis is namelijk zó
onvoorstelbaar anders, dat we ons maar over de kop zouden jagen ingeval
we gaan denken, dat wíj de bouw ervan vaststellen.
Wachten op God: zo kun je het komen en het tot stand brengen van een samenleving
karakteriseren, welke voor alle mensen leefbaar en genietbaar is. Deze
staat haaks op de wereld, die wij kennen. In onze dagen is het beeld van
een wachtende, mediterende en luisterende Maria niet erg populair. Actief
wachten is achterhaald en economisch een luxe aangelegenheid voor middeleeuws
en nog verder terug denkenden geesten. We hebben er zelfs geen oog meer
voor, dat het wachten van Maria vervuld was van zorg voor de groeiende
vrucht in haar schoot. We hebben geen tijd meer om ons te realiseren,
dat onder die vele afbeeldingen, waarover ik het had, de Schrift op haar
schoot ligt te rusten bovenop de vrucht en het wassende leven van de toekomst.
De wereld, waarin wíj leven, is eerder een gestaag wassende benauwenis.
|
We hebben er zelfs geen oog meer voor, dat het wachten
van Maria vervuld was van zorg voor de groeiende vrucht in haar schoot.
We hebben geen tijd meer om ons te realiseren, dat onder die vele afbeeldingen,
waarover ik het had, de Schrift op haar schoot ligt te rusten bovenop
de vrucht en het wassende leven van de toekomst. De wereld, waarin wíj
leven, is eerder een gestaag wassende benauwenis. Kunnen wij nog wel wachten?
Als ik rondzie in de wereld van vandaag wijzen vele verschijnselen op
heel iets anders. We zijn zo gehaast en alles moet snel en steeds sneller,
dat we geen tijd meer hebben voor het heden. Het heden lijkt op een lastig
obstakel, dat we zo snel mogelijk uit de weg moeten ruimen. We reserveren
ons geld voor ondernemingen in de toekomst en hebben te weinig om de nood
van vandaag te leningen. Later wordt alles beter. Wie beschermt ons nog
tegen de tomeloze productiedrift van het bedrijfsleven? Als u nauwelijks
een nieuw apparaat heeft gekocht, van mobieltje tot computer en auto,
vallen de folders van een nog beter apparaat al bij ons in de bus, loeien
de reclamespots ons aan en dwingt voortschrijdende automatisering, en
dus verlies van banen, u en mij om deel te nemen aan een steeds onpersoonlijk
wordende samenleving, van tickets-automaten en pasje in veelvoud. We zijn
de gewillige prooi aan het worden van deze onverzadigbare hebzucht. De
zo geheten commerciële zenders beloven ons gouden bergen, maar hun
programma's bestaan slechts uit ondebrekingen voor reclameboodschappen.
Onze samenleving wordt in toenemende mate opgevuld met lawaai, door elkaar
pratende en niet naar elkaar luisterende mensen en het zoeken naar zondebokken.
Terwijl het heden schreeuwt om warmte en nabijheid, maar in brand staat
door de ontelbare slachtoffers van een voortrazende wereld, praten we
over betere blusmiddelen in de toekomst. Maar wie het heden verwaarloost
verliest het vermogen om te toeven, te wachten, uit te zien. Daarom stapelen
de geestelijke en lichamelijke kwalen en klachten zich op als bouwstenen
van een zielloze kolos. Dat is geen huis om te wonen en bij elkaar te
toeven. We bouwen als het ware etage op etage, hoger en hoger, maar aan
de fundamenten, die steeds grotere druk moeten verdragen, doen we niets.
Later, zeggen we, als we er geld voor kunnen vrijmaken!
Onze tijd heeft grote behoefte aan die wachtende Maria. Ze staat voor
alles, wat wij eigenlijk ook wel willen maar niet doen. De kerstbomen
zijn al binnen en versierd en de kaarsen branden al. Het heden, de beleving
van die prachtige en indringende tijd van de advent, laten we verdampen.
Maar we doen er beter aan de tekenen en woorden van God in de schoot van
onze gemeenschap te behoeden en te koesteren zoals een vrouw omgaat met
de vrucht van haar schoot. Ook wij zijn geroepen te wachten op God: zie,
hier ben ik, tot jouw dienst, God. Ik, wij willen leven naar jouw Woord.
We wachten, bescheiden levend, op jouw komst.
ernst marijnissen o.p.
|
|
Nachtmis Kerstmis 2005
lezingen: Jesaja 9,1-6;
Lucas 2,1-14
OOK WIJ WORDEN VANNACHT GEBOREN
André Lascaris
Onlangs was ik op kraamvisite. En toen zei de jonge
vader tegen mij: niet alleen is vorige week mijn zoon geboren, ook ik
ben toen geboren, als vader. Mijn vrouw werd geboren tot moeder, onze
ouders werden geboren tot grootouders, onze zussen als tantes, mijn grootmoeder
als overgrootmoeder.
Het is waar. Wanneer een kind in de familie geboren wordt, met name het
eerste kind, de eerstgeborene, dan krijgen allen die tot de familie behoren,
en soms zelfs de leden van de vriendenkring, een nieuwe plek, een andere
positie, en daarmee ook een nieuwe taak. Ze ontvangen niet alleen een
andere titel - je wordt oom of tante of vader of moeder -, ze gaan ook
doen wat die titel betekent - althans meestal. De ouders nemen de verantwoordelijkheid
op zich een kind te laten opgroeien. De grootouders accepteren het kind
onvoorwaardelijk en gaan bijvoorbeeld oppassen wanneer nodig, de tantes
en ooms geven cadeautjes, de kleine neefjes kijken uit naar toekomstige
spelletjes. Ze ontvangen allemaal een andere plaats, rol en taak. Door
de geboorte van een kind krijgen mensen een andere plek in de wereld,
in de geschiedenis, in de tijd. Je wordt zelf geboren tot iemand, je krijgt
een plaats, en wordt geroepen tot een taak. Je krijgt een nieuw belang
in de wereld en in het leven.
Bij elke geboorte worden ook wij opnieuw geboren. De
wereld en de geschiedenis, ons leven krijgen een nieuw begin. Elk kind
is een 'drager van de toekomst', een bron van creativiteit en van nieuwe
hoop, een belofte. Mensen zijn niet allereerst stervelingen, de zin van
hun leven is niet vooruitlopen op de dood, maar ze zijn bovenal borelingen.
Bij hun geboorte zijn ze een nieuw begin in de wereld. Ze treden de anderen
tegemoet als een vreemdeling en ze stellen aan hun de vraag: maak je ruimte
voor me, waar ga jij nu staan, wat is jouw plaats? Ben je iemand die een
juk oplegt, de zweep gebruikt, kleding bloederig maakt, met laarzen dreunt?
Of iemand die dat alles verbrandt?
We zien in het verhaal van de geboorte van Jezus dat
mensen een andere plaats krijgen en voor een keuze worden gesteld. Quirinus,
de landvoogd, en keizer Augustus namen in de maatschappij van toen de
hoogste plaats in. Ze worden in het evangelie gedegradeerd tot een soort
decorstukken op het toneel, achtergrondfiguren, werktuigen, versieringen
die dienen om tijd en plaats te markeren.
Augustus werd in die tijd 'de redder, de verlosser, van de wereld' genoemd.
Zijn boodschappers verkondigden dat hij vrede had gebracht in de wereld.
En op een monument ter zijner ere stond dat 'de geboortedag van Augustus
het begin is van een grote vreugde voor de wereld'. Lucas wist ervan en
gebruikte dit gegeven in zijn verhaal.
Want, de heerlijkheid van God, de aanwezigheid van God, omringt niet Augustus,
maar de herders die tot de meest rauwe mensen en laaggeplaatsten behoren,
door bijna iedereen veracht en op afstand gehouden. Zij zijn de eersten
om het belichaamde woord van God te zien. Aan hen wordt een grote vreugde
verkondigd, bestemd voor heel het joodse volk en via dit volk voor heel
de wereld. Er is een redder geboren, er gloort licht daar waar duisternis
is. Deze redder is niet keizer Augustus, en verschijnt niet met pracht
en praal met de kracht van wapens, maar verschijnt als een weerloos kind
dat verzorging nodig heeft, liggend in een voederbak. De herders zijn
de eersten die de geboorte van Jezus vieren.
Later zal in het leven van Jezus steeds weer iets dergelijks gebeuren.
Mensen die met hem in aanraking komen, krijgen een andere plaats, een
andere positie, een ander belang in de wereld. Doven, stommen en blinden,
|
die aan de rand van de gezinnen, dorpen en steden leefden, en melaatsen
die daaruit verdreven worden, worden opnieuw geboren en krijgen een nieuwe
plek in hun eigen familie en woonplaats in de wereld. Zij die veracht
worden, hoeren en corrupte belastingambtenaren worden geplaatst aan de
kop van de stoet die op weg is naar het koninkrijk van God, de tijd van
vrede en gerechtigheid wanneer Gods hoop op ons in vervulling is gegaan.
Zij die zichzelf op de borst kloppen omdat ze in eigen ogen zo voortreffelijk
zijn, worden naar de laatste rijen in de stoet verwezen. En zij die geweld
gebruiken zetten zichzelf buiten spel. Ook wij worden deze nacht opnieuw
geboren, wanneer wij de geboorte van Jezus vieren, geloven in zijn aanwezigheid
hier en nu, en zo zijn geestkracht te ontvangen. Wij worden geboren tot
- wat de bijbel noemt - 'kind van God' . Misschien spreekt U dit woordgebruik
niet aan. Het klinkt kinderlijk 'kind van God' genoemd te worden. Zeg
dan, dat U geboren wordt tot dochters en zonen van God. Maar U mag er
wel even aan denken dat 'kind van God' daarom zo 'n goed beeld is, omdat
een kind altijd verschijnt als drager van de toekomst. 'Kind van God'
worden is , een nieuw begin worden van vrede en gerechtigheid in de wereld,
een nieuw initiatief om de vrede dichterbij te brengen. Als kind van God
geven we elkaar en vreemden nieuwe hoop.
Als kinderen van God, als Gods zonen en dochters, worden we tevens allen
geboren tot broeders en zusters van elkaar. Ik weet het; er kan heel wat
nijd zijn tussen broers en zussen. Je kunt broer of zus zijn op de wijze
van Kaïn , de moordenaar. Dan ben je echter een kind van de duisternis,
gericht op hetzelfde kwaad najagen en je doet dezelfde dingen dat doel
te bereiken. Maar kinderen van God zijn broers en zussen die voor elkaar
opkomen, verbonden als ze willen zijn met Jezus.
Hij is bij uitstek zoon en kind van God, omdat in hem meer dan ooit, de
adem van God, het innerlijk leven van God zelf aanwezig is. Hij is Jezus,
d.w.z 'God is redder', hij is Immanuel, 'God met ons'. Hij is met ons
in onze broers en zussen, onze broeders en zusters.
Kind van God zijn betekent telkens opnieuw een begin
van vrede en gerechtigheid zijn. Want dat weten we wel: ons, kinderen
van God, is geen succes belooft. Elk jaar weer gebeuren er de vreselijkste
dingen gebeuren, natuurrampen als de tsumani, de overstromingen in New
Orleans, de aardbeving in Kasjmir, en politieke rampen, zoals terroristische
activiteiten en oorlogshandelingen - ik denk aan Londen, aan Irak, aan
de Kongo en Afghanistan. En daarnaast bewerkt ons eigen handelen soms
kleinere of grotere rampen. We beseffen dat de oplossing van één
probleem een ander probleem schept. Veel van wat we doen lijkt op niets
uit te lopen. Voor onze verlangens naar een goede plaats, een goed leven
voor onszelf en voor iedereen blijkt vaak geen of weinig ruimte te zijn.
Het evangelie verhaalt al dat Maria en Jozef gedwongen worden op reis
te gaan vanwege de volkstelling die van belang was voor belastingen en
voor militaire doeleinden. En dan is er bovendien geen plaats in de herberg.
Dit zijn tekenen van wat er steeds in het leven van Jezus en van onszelf
gebeurt. Hij komt als het licht in de duisternis, maar de duisternis weigert
contact te maken met het licht. De duisternis probeert het licht te overmeesteren
en lijkt veel succes te hebben. Het vieren van de geboorte van Jezus maakt
ons tot kinderen van God die licht blijven uitstralen. Telkens opnieuw
worden mensen geboren tot kind van God en maken zij opnieuw, voor de zoveelste
keer, een begin van vrede en gerechtigheid. Zij proberen het juk, de stok,
de zweep te verbrijzelen en de dreunende laarzen en bloedige mantels te
verbranden. De kinderen van God verliezen de moed niet, ook niet, juist
niet, in de nacht..
Wij vieren vannacht de geboorte van Jezus. We vieren
niet iets uit het verleden. Als wij werkelijk de geboorte van Jezus vieren,
daarmee instemmen en in zijn geestkracht delen, worden ook wij geboren,
geboren tot kind van God, als mensen die verantwoordelijkheid nemen voor
het goede nieuws, de grote vreugde die de komst van Jezus betekent.
We vieren deze nacht niet alleen de geboorte van Jezus, wij vieren ook
onze geboorte tot kind van God, tot broeder en zuster van elkaar, tot
dragers van toekomst, tot lichten in de duisternis.
Zalig Kerstmis!
André Lascaris o.p.
|
| Dagmis
van Kerstmis 2005
lezing: Johannes 1,1-18
Dit uur niet het en geboorteverhaal van Lucas maar
de proloog van Johannes. Om het unieke van de persoon van Jezus te tekenen
en te beklemtonen beschrijft Lucas uit-voerig gebeurtenissen rond de geboorte
van Jezus, te beginnen met de verschijning van de engel aan de priester
Zacharias en te eindigen met de terugvinding van twaalf-jarige Jezus in
de tempel. Johannes gaat heel anders te werk. Bij hem geen stal of herberg,
geen Maria en Jozef, geen herders. Niets van dat alles. Om het unieke
van Jezus te beschrijven, zijn ultieme band met God, zijn betekenis voor
de wereld en de volken, zijn universele zending neemt Johannes ons mee
naar het "in den beginne". "In het begin was het woord,
het woord was bij God en het woord was God." Het woord was er toen
God de wereld schiep en zei: Er zij licht. Het woord was er toen God Abraham
riep en hem zijn belofte deed hem te maken tot de vader van vele volken.
Het woord was er toen God Mozes riep vanuit de braamstruik en hem zijn
naam bekend maakte: Ik zal er zijn voor u. Het woord was er, toen het
kwam tot de vele profeten van Israël en zij de godsspraak van de
Heer vertolkte voor het volk. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is
niets ontstaan van wat bestaat. Dit woord is vlees geworden en heeft onder
ons gewoond. Jezus Christus is de Godsspraak van de Heer in eigen persoon.
Wie Mij hoort, hoort de Vader. Zo innig is zijn band met Hem.
Het woord is vlees geworden, staat er. Vlees. En niet: mens geworden.
Ongetwij-feld een heel bewust keuze van Johannes, daarmee aangevend de
eindigheid, tijdelijkheid en broosheid van het menselijk bestaan, zijn
kwetsbaarheid als die van een kind in een tochtige stal. Hoe uniek deze
mens ook is, hij onderscheidt zich niet van ons bestaan. Hij deelt ons
leven zozeer dat zijn unieke grootheid versluierd is en het gebeuren kan,
dat de wereld hem niet erkend of herkend en de
zijnen, tot wie Hij kwam, hem niet hebben aanvaard. De zijnen, elders
door Johannes vaak aangeduid als de Joden en daarmee weer bedoelend de
preciezen, de allesweters, die
|
slechts een Messias erkennen
die beantwoordt aan hun voorstelling. De Joden waarmee Jezus voortdurend
in discussie is, de blinden, die meenden te zien, de doven, die meenden
te horen maar niets hoorden. De tragiek van het zo totaal menselijke in
het bestaan van Jezus is, dat tot op vandaag het allesomvattend woord
niet wordt begrepen, dat zijn geboorte gevierd wordt met totale negatie
van zijn leven; dat mensen liever in de duisternis op de tast hun weg
zoeken dan dat zij het licht, dat hun redding zou zijn, van harte aanvaarden.
Tegenover de zijnen die hem afwijzen stelt Johannes ook een wij:
"Wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon
van de Vader." Hier spreekt de gemeente van Johannes, mensen die
uit God geboren zijn, mensen, die in zijn naam geloven, kinderen van God
geworden zijn. Wij, dat zijn wij hier bijeen, wij getuigen vandaag van
zijn grootheid. Mocht het zijn, dat voor u het feest van Jezus komst overschaduwd
is door de velen die hem niet hebben aanvaard, wellicht uw kinderen en
kleinkinderen, mensen die u na aan het hart liggen. toch is er reden tot
vreugde, omdat wij zijn grootheid aan het licht zien komen in de velen
onder ons, die in zijn geest leven en handelen, delen en liefhebben, hopen
en bidden, mensen die ons inspi-reren, bemoedigen, troosten, met ons oplopen
vanuit een diep geloof, dat Gods Woord hoe dan ook vrucht zal dragen.
Het zijn de mensen die zich niet van de wijs laten brengen door de duisternis
in de wereld, zo verwarrend, zo ontgoochelend maar die blijven vertrouwen
op de belofte, dat God de keer zal brengen en dat Sion juichen mag, Gods
volk, dragers van Gods Blijde Boodschap. Uit zijn overvloed zijn wij allen
met goedheid overstelpt.
Wij vieren de komst van Jezus onder ons met grote dankbaarheid, Hij heeft
onder ons gewoond, ons leven gedeeld, en onze dood. Maar het woord van
in den beginne is niet verstomd noch uitgewist. Na Johannes de Doper zijn
tot op vandaag getuigen opgestaan die hebben getuigd van zijn licht. Wij
mogen in zijn licht gaan. Amen.
Paul Minke
|
|
NIEUWJAAR 2006
1e lezing: Numeri 6,22-27
2e lezing: Lucas 2,16-21
We vieren vandaag naast het nieuwe Jaar ook nog een feest van Maria als
Moeder van God. Als je dan toch een titel moet hebben, dan is die van
Moeder van God niet de minste.
Maar ondanks de eerste indrukken, moet iedereen wel proberen om een moeilijke
vraag te omzeilen bij het lezen van delen van het Evangelie, zoals dat
van vandaag, waarin Maria naar voren komt, zoals ze is. Wat is de echte
roeping van Maria?
We praten over Maria en halen dan bepaalde dingen naar voren; de overlevering
helpt ons daarbij soms, maar een andere keer helemaal niet. Maria is zonder
twijfel boven al het andere, een persoon die klaar is voor alles waarvoor
God haar voorbereid heeft. Na haar "ja" tegen God is ze in staat
om in haar hart op te bergen, wat ze niet begrijpt, wat bij haar overstroomt,
wat haar verheugt, droevig stemt of gewoon tegen de draad in is
Vanuit dat standpunt is het niet zo gek, dat we Maria zien als moeder,
maar wat daar op de eerste plaats allemaal onder zit, wat zo goed als
zeker haar roeping kleur geeft is het getuige zijn van haar eigen Zoon.
Bij het begin van het nieuwe jaar kunnen we duidelijk
zeggen, dat we allemaal vrede willen. Vrede is veel meer dan het afwezig
zijn van oorlog. Laten we voor het gemak zeggen, dat er twee soorten oorlog
in de wereld zijn.
1) Er zijn grote en verwoestende oorlogen waarin we
niet meteen betrokken zijn. Vele voorbeelden zijn bekend en helaas zijn
er ook een hele hoop niet bekend. Ondanks min of meer edele vooronderstellingen
maakt het brute botsen van wapenen een eind aan culturen, maatschappijen
en wat nog erger is aan menselijke levens, die in de meerderheid van de
gevallen onschuldig zijn.
Dan kunnen we bidden. Soms is het een opstandige schreeuw tegen God en
al wat er gebeurt in de wereld, maar laten we eerlijk zijn: het is een
zoeken naar troost, een noodzaak om met de slachtoffers mee te leven,
het verlangen, dat er iets zal veranderen in het hart van al die mensen
die in feite beulen zijn.
2) Maar er is ook een andere soort oorlog. Op kleiner niveau zijn er huiselijke
twisten, of twisten op ons werk, op school; ze zijn kleiner
maar
laten we eerlijk zijn in die oorlog nemen we vaak direct deel.
|
Gelukkig rijd ik niet zo vaak in een auto, maar in bepaalde T.V.- programma's
zie ik hoe mensen op de weg soms moordenaars zijn aan het stuurwiel. Door
niet te stoppen voor een verkeerslicht, door veel sneller een paar kilometer
af te leggen over asfalt, laten we heel wat kracht, agressiviteit en geweld
zien.
Op hoeveel andere momenten van ons leven gebeurt hetzelfde? In onze huizen,
onze werkplaatsen, met degenen, die we helemaal vertrouwen maar ook in
wie we helemaal geen vertrouwen hebben.
Ook bij het zoeken naar deze vrede is het goed om te bidden. Het is beter,
dat dit een gebed vooraf is en niet alleen achteraf.
Systematisch de vrede van God zoeken in ons leven, die overwegen en weten,
dat die naar boven komt uit het diepste van onze ziel, dat mogen we elkaar
toewensen. Want we geloven, dat God aan onze kant staat
Dan weten
we ook dat we van harte ver weg moeten blijven van alle soorten van geweld.
We doen echt "als Maria", wanneer we al wat we niet meteen kunnen
begrijpen opnemen in ons hart en er later over nadenken. Wie weet, als
we allemaal een einde maken aan die tweede vorm van oorlog in ons leven,
dan komen we misschien eens bij een einde van die grote oorlogen.
Vandaag is het de eerste dag van het nieuwe jaar, al
zijn we wat het liturgische jaar betreft al meer dan een maand bezig.
Hoeveel plannen hebben we voor dit nieuwe jaar, goede voornemens: ik las
in de kranten, dat afvallen heel belangrijk was, ophouden met roken, een
gezonder leven leiden en nog veel meer dingen. Een aantal zal werkelijkheid
worden, de meeste ervan zal plaveisel zijn op de weg naar de hel.
Uit geloofsoogpunt is er nog heel wat te doen in het nieuwe jaar: we zijn
geroepen net als Maria om getuigen te zijn van haar Zoon en te zoeken
naar vrede, de vrede van God in ons leven.
Er is een mogelijkheid net als bij die andere voornemens, dat we het niet
zullen bereiken. Maar het belangrijkste is om het te proberen op een eerlijke
manier en ons ervoor klaar te maken. Om dat te bereiken hebben we die
zegen nodig, die we hoorden in de lezing van het boek Numeri:
"Moge de HEER u zegenen en u beschermen, moge de HEER zijn licht
over u laten schijnen en u genadig zijn, moge de HEER u zijn gelaat toewenden
en u vrede geven." Maar we kunnen het ook met andere woorden zeggen:
Zalig Nieuwjaar
Antoon L. Boks o.p.
|
|
Openbaring van de Heer
eerste lezing: Jesaja 60,1-6
tweede lezing: Matteus 2,1-12
De volksmond zegt dat het
vandaag het feest van driekoningen is. Zo worden ze meestal uitgebeeld
of afgeschilderd. Het evangelie noemt ze echter magiërs. Je kunt
daarbij denken aan 'wijze mensen', die op vele gebieden zijn onderlegd.
Bedreven in vele kunsten. Driekoningen is een feest, waarop we onze fantasie
kunnen botvieren en dat is dan ook in de loop van eeuwen veelvuldig gedaan.
Het bijbelverhaal, dat we zojuist hebben beluisterd, verdwijnt daardoor
wel erg naar de achtergrond. Wat overblijft is een kerkelijk feest, dat
je viert of niet viert, het duurt één dag en dan is alles
voorbij. En zo gaat dat met vele kerkelijke feesten. We horen bepaalde
verhalen uit de Schriften, besteden daar in vieringen en een zondagse
feestdag aandacht aan, en gaan dan over tot iets anders. Wij zien daarbij
één ding over het hoofd. De bijbelse verhalen zijn niet
geschreven voor bepaalde hoogtijdagen. Sterker nog: daar hebben die verhalen
geen weet van. De bijbelse verhalen zijn lessen voor het leven van elke
dag. Dus niet zo af en toe, maar dag in dag uit, vierentwintig uur per
dag. Daarom vragen we ons deze morgen twee dingen af. Wat wil Matheus
ons leren én wat betekent dat voor ons dagelijks leven? Nog anders
gezegd: wat doen we ermee?
Ik zeg met enige nadruk: wat wil Matteus ons leren! Er bestaat namelijk
geen evangelie van Jezus. Jezus heeft geen evangelie geschreven, zelfs
niet verkondigd. Hij is rondgetrokken, heeft onderricht gegeven over de
betekenis van de Schrift voor ons dagelijks leven en heeft mensen de weg
gewezen die tot vrede en verzoening leidt tussen mensen en tussen de mens
en God. Hij heeft licht geworpen op de betekenis van het leven zelf en
de bestemming van de mens. En hij heeft dat gedaan als een oprecht Jood,
die staat in de eerbiedwekkende traditie van het bijbelse Israël.
Zijn woorden kregen het karakter van een blijde boodschap, niet in de
eerste plaats als een geschreven manifest, maar verteld en voorgeleefd
tot in zijn uiterste consequenties. Maar Matteus, en met hem nog drie
andere, hebben het geloof, dat Jezus in hem heeft gewekt, opgetekend in
de vorm van een getuigenis. Zij zeggen ons: Jezus is de gezalfde van God.
Hij is de Messias, de Christus. Evangelie van onze heer Jezus Messias
En Markus voegt daar nog aan toe: zoon van God. Ik vat zijn boodschap
kort samen: Jezus Messias is waarlijk beeld en gelijkenis van God, zoals
in het scheppingsverhaal staat geschreven. Wie hem ziet ziet dus de Vader.
Hij gelijkt of
.hij is sprekend God, die hij zijn vader noemt. Hij
is de zoon bij uitstek, de eerstgeborene van ons allen als kind en beeld
van God. Wil je weten hoe God zich de mens voorstelt, zie dan naar Jezus
Christus. Wil je weten wat vrede tussen mensen, oprecht handelen en omgaan
met God werkelijk betekent, zie dan naar Jezus Christus.
|
Hij is het licht en de weg en de betrouwbaarheid van God. Wil je temidden
van machtsstrijd, geweld, eindeloze regelgeving, fanatisme en religieuze
naijver de zin van jouw leven ontwaren, zie dan naar Jezus Christus. Hij
is de ster van Juda, dat wil zeggen: hij is alles wat het volk van God
moet zijn, in hart en nieren, volslagen betrouwbaar.
Wil je weten hoe God zich de mens voorstelt, zie dan naar Jezus Christus.
Wil je weten wat vrede tussen mensen, oprecht handelen en omgaan met God
werkelijk betekent, zie dan naar Jezus Christus. Hij is het licht en de
weg en de betrouwbaarheid van God. Wil je temidden van machtsstrijd, geweld,
eindeloze regelgeving, fanatisme en religieuze naijver de zin van jouw
leven ontwaren, zie dan naar Jezus Christus. Hij is de ster van Juda,
dat wil zeggen: hij is alles wat het volk van God moet zijn, in hart en
nieren, volslagen betrouwbaar.Zo zijn we bijna ongemerkt aangekomen bij
de tweede vraag: wat betekent het verhaal van de drie magiërs voor
ons, voor mij? Drie mensen zijn op zoek naar de zin en de inhoud van het
en van hun leven. Ze komen uit het oosten, waar het licht het eerst opgaat.
Ze zijn dus van goede wil, en wie van goede wil is zal een teken van licht
ontvangen als het gaat om de zoektocht naar de oprechte menslievendheid.
Zij zoeken binnen de dagelijkse gebeurtenissen, waarin ze terecht komen.
Ze gaan te rade bij de Herodes, dat wil zeggen bij de overheid, de wetgever,
de regelaar. Die raken verontrust zodra blijkt dat jij de mens en zijn
welzijn vóór alles stelt, dus vóór de afgod
van de economie, de vooruitgang van wetenschap en techniek. Ze gaan je
gevaarlijk vinden voor de staat en het bedrijfsleven, omdat je wilt afzien
van de verkwisting van milieu en grondstoffen, omdat je kiest voor levensechte
en nabije communicatie en niet de kunstmatige middels vele soorten van
vernuftige artikelen. Maar het zijn niet alleen zij, die verontrust of
verstoord raken. Ook de bestuurders en geleerden van de religie kijken
je wantrouwig aan. Op jouw vraag naar menslievendheid en zuivere dienstbaarheid
halen zij hun bibliotheken overhoop. Ze hebben dikke boeken tot hun beschikking,
dogma's, rituelen, geboden. Ze zeggen veel, heel veel tegen je, maar je
krijgt geen antwoord op,jouw eenvoudige vraag. Dus raak je eerst teleurgesteld
en denkt: wat nu? Maar
je komt uit het oosten, je zoekt het licht.
Zelfs als het nog duisterder is dan voorheen na al die adviezen van kerk
en wereld, toch geef je het zoeken niet op. En daar gaat het om! Geef
het nooit op. Want terwijl je met de paar mensen, die met je mee trekken,
opnieuw het duister ingaat zal de ster weer opdoemen. Het verhaal vertelt
niet op welk moment precies, of onder welke omstandigheden, maar wel dát
het je zal overkomen. Die ster, dat licht, zal je onherroepelijk voeren
naar je doel. Wat je aantreft kan geen overheid je leren en geen religieuze
organisatie je verkondigen. Je komt uit bij de absolute puurheid, de volkomen
weerloosheid, de totale overgave. Je ontmoet drie mensen, die in liefde
zijn verenigd. Die liefde hoedt het kwetsbare en prille van ons leven.
Drie, want dat is de bijbelse boodschap: het lijkt onmogelijk, in deze
wereld. Het is letterlijk wereldschokkend. Dat wel, ja, maar bij God is
niets onmogelijk. Liefde en behoedzaamheid, zorg en herderschap. Als je
dát hebt gezien keer je natúúrlijk langs een andere
weg terug. Je bent eindelijk thuisgekomen.
8 januari 2006-01-05 ernst marijnissen o.p.
|
|
Doop van de Heer
eerste lezing: 1 Samuel 3,3b-19
tweede lezing: Johannes 1,35-42
Weet U nog het moment waarop U dacht: 'ja, nu, ben
ik volwassen'? Of als je jong bent, heb je enig idee wanneer dat moment
zal aanbreken? Is het je eindexamen? Was het toen je je eerste baan kreeg,
je huwde, je eerste kind kreeg? Voor iedereen is dat moment anders. Vaak
weten we alleen wanneer we terugkijken: 'ja, in die tijd werd ik volwassen,
toen kreeg ik mijn rol, mijn taak in het leven'.
Wij vieren vandaag dat Jezus in het openbaar begint op te treden. We weten
niets over de feitelijke gang van zaken. Belangrijker is dat Marcus aangeeft
wat in zijn visie het verschijnen van Jezus op het toneel van de geschiedenis
betekent. Het begin van het optreden van Jezus is dat hij iets ondergaat,
iets ontvangt, niet dat hij iets doet. Voor dit ontvangen gebruikt Marcus
zes beelden. Voor zijn ze ons niet alle even duidelijk.
1] Jezus gaat het water in komt weer omhoog. Dit herinnert ons aan Mozes
en aan het verhaal van de uittocht van het volk uit Egypte naar de vrijheid
toe. Jezus is een mens die staat in de traditie van bevrijd worden uit
alles wat iemand tot slaaf maakt. Hij maakt deel uit van een bevrijdingsbeweging.
2] De hemel scheurt open: de geslotenheid van de aarde en de tijd wordt
tenietgedaan. De scheidingswand tussen God en mens scheurt. Jezus zal
meerdere grenzen doorbreken. Hij zal (Jes vv. 6-7) blinden doen zien,
gevangenen bevrijden, een licht zijn voor alle volken.
3] Jezus ontvangt de Geest, de Adem van God, waarmee God volgens Gen 2,
7 de mens levend maakt. De Geest, de Adem van God, schept verbondenheid
tussen God en mens, en tussen mens en mens. En wel zo dat iedereen tot
zijn/haar recht komt (Jes, v. 1). Jezus zal leven geven aan mensen, zich
met hen verbinden op leven en dood.
4] De Geest daalt over hem neer zoals een duif. Niet dus zoals een roofvogel
of een ander roofdier. Vele landen hebben en wapenschild met een roofdier
erop: Nederland een leeuw, Duitsland een (dikke) arend. Huissen een 'kraonige
swaon' - de zwaan is geen roofdier, maar blijf maar uit zijn buurt! Als
Israël toen een wapenschild had gehad, had er een duif opgestaan.
Het is het beeld van een dier waarop de prooidieren jacht maken.
|
Jezus zal (Jes vv 2,3) het geknakte riet niet breken, de kwijnende vlam
niet doven, hij zal een man van trouw en vrede zijn.
5] Dan is er de stem die hem 'mijn zoon' noemt. De zoon van God - dat
is eigenlijk heel het joodse volk, en met name de koning als zijn herder
en hoeder. De zoon is altijd de vertegenwoordiger van zijn vader; de
Zoon spreekt namen de vader. Jezus vertegenwoordigt God - 'wie mij heeft
gezien, heeft de vader gezien', zegt Jezus. (Joh 14, 9)
6] Tenslotte: 'geliefde'. Dat woord wordt in het Oude Testament alleen
van Isaak gezegd, die door Abraham op een altaar wordt gelegd om geofferd
te worden, maar dan wordt Abraham tegengehouden: Isaak verrijst als
't ware uit de dood. Zo zal het ook met Jezus gaan: hij zal door zijn
omgeving worden opgeofferd om de onderlinge relaties goed te houden.
Jezus gaat echter door de dood heen naar het leven.
De meesten van ons, zo niet allen, zijn gedoopt. Meestal hebben we daarover
geen zeggingschap gehad. Hebben we onze doop later bevestigd? Dan moet
op dat moment ons iets aangereikt zijn dat leek op de doop in de Jordaan.
We kunnen dat moment misschien niet eens aangeven, maar we leven ernaar.
Niet dat we iets gedaan hebben, maar er is ons iets overkomen. Jezus
heeft ons gedoopt met zijn Geest, zijn Adem.
Ook wij zijn geplaatst in die traditie van bevrijding: we zijn mensen
die voor zichzelf en elkaar naar echte vrijheid zoeken, die altijd gepaard
gaat met het dragen van verantwoordelijkheid.
We hebben een weg, toegang, gevonden: de toekomst is niet een dichte
muur en God is niet onbereikbaar daarachter. De muur is gevallen
We leven uit dezelfde Geestkracht waaruit Jezus leefde.
Wij hebben hopelijk geen behoefte meer aan geweld: we gaan weerbaar,
maar geweldloos door het leven.
Ook tot ons wordt gezegd dat wij beeld en vertegenwoordiger, kind, zoon,
dochter zijn van God en dat God van ons houdt.
Vanuit die belofte durven we de wereld aan. We durven verantwoordelijkheid
te dragen voor onszelf en voor anderen. In die zin zijn we vrije en
volwassen mensen, mensen van bevrijding, mensen die leven geven, en
zich aan anderen durven binden. We zijn dan geen roofdieren - wat is
Uw wapenschild? We zijn ongevaarlijk als een duif..
En zo kunnen we in de kakofonie van herrie een stem zijn, naast andere
stemmen, een stem die zegt: leef vanuit God en word heel.
André Lascaris o.p.
|
|
DE BRUILOFT VAN KANA
eerste lezing: Jesaja 62,1-5
tweede lezing: Johannes 2,1-12
Ik vermoed, dat ik aan de normale spreektijd ruimschoots tekort kom, als
ik alle plaatsen uit de bijbel zou citeren, waarin sprake is van de derde
dag. Te beginnen met de derde dag van de schepping in het genesis tot
de derde dag waarop Jezus is verrezen uit het graf, uit de doden. De der-de
dag is niet zomaar een dag. Daarmee is niet de dinsdag bedoeld. De derde
dag is de dag waarop de dingen gebeuren, een dag van iets heel nieuws.
Een voorbeeld. Het was op de derde dag, dat God een verbond sloot met
het volk, daar op de berg Sinai in de woestijn, en het de tien woorden
gaf om naar te leven. Dat verbond was niets anders dan een lief-desverbond
tussen God en het volk, waaraan beiden, God en het volk, hun trouw jegens
elkaar uitspraken.
Op de derde dag had een bruiloft plaats te Kana. Er staat wat te gebeuren.
Bruid en bruidegom worden niet genoemd. Het lijkt er niet toe te doen.
Maar niets is minder waar. Ik haalde niet voor niets zo even een voorbeeld
aan. Bruid en bruidegom, die hier met elkaar een liefdesverbond aangaan
roepen herinneringen op aan dat andere verbond tussen God en zijn volk.
Een verbond, dat veel aan kracht, aan geur en smaak heeft ingeboet, een
verbond dat zijn glans heeft verloren en het volk verkommerde. Een volk,
dat Jesaja de "Verlatene" noemt en het land "Woestenij".
Het vermoeden groeit ten aanzien van wat hier gebeuren gaat.
De wijn raakt op. Een grotere ramp op een bruilof is nauwelijks denkbaar.
Geen feest zonder wijn. Wijn roept beelden op van vreugde en hartelijk-heid.
Wijn verbroedert en schept een sfeer van vrede en warmte en gene-genheid
Wijn doen denken aan een leven in een andere wereld, zorgeloos en vrij,
waarin mensen in vrede en harmonie met elkaar leven, met elkaar begaan.
Een feest zonder wijn is als een bruiloft zonder liefde. Het kent geen
vreugde. Zo was het ook het geval met het liefdesverbond tussen God en
het volk. Wie redt het feest? Wie redt het verbond? Wie neemt het op voor
God en Volk? Wie maakt dat het volk niet langer een "Verlatene"
is en het land een "Woestenij"?
De moeder van Jezus sprak Jezus aan: "Ze hebben geen wijn meer."
Ze: bruid en bruidegom. Het leven is uit het feest, het leven is uit het
Verbond. Door haar tussenkomst staat er nu wat te gebeuren. Zij heeft
het veroor-zaakt. Wat Jezus'antwoord "Mijn tijd is nog niet gekomen"
ook moge bete-kenen, het weerhoudt de vrouw niet om tegen de bedienden
te zeggen: Doe maar wat Hij jullie zegt, wat het ook is. Dat "doe
maar" doet weer denken
|
aan het antwoord van het volk na Gods woorden bij de
Sinai ge-hoord te hebben: Eenstemmig gaf het volk ten antwoord: Alles
wat Jah-weh zegt, zullen wij doen. Op 't woord van Maria zegt Jezus: "Vul
de krui-ken met water, schep er nu wat uit en breng dat naar de ceremoniemeester."
Aldus deden ze. De overstelpende hoeveel water blijkt wijn te zijn, een
uitstekende wijn, die het hart opnieuw met vreugde vervult, het leven
weer teruggeeft. De bruiloft is gered, bruid en bruidegom zijn voor de
schande bespaard. De toekomst ligt weer voor hen open. Het feest gaat
door, kent geen einde, want er is nu zo'n overvloed aan wijn, dat deze
niet opraken kan. Maar daarmee is het verhaal nog niet af, het gebeurde
nog niet verteld. Dit is wat uiteindelijk op de derde dag gebeurde. Er
staat: Zo maakte Jezus een begin met de tekenen en openbaarde zijn heerlijkheid.
Wat is de betekenis van dit eerste teken? Wat betekent het wijnwonder?
Ik voor mij kan het niet anders zien dan dat Jezus door dit teken wil
laten zien, horen en proeven, dat Hij tot ons allen gekomen is om het
liefdes-verbond tussen God en het volk, tussen God en mensen te herstellen,
en ons wil binnenvoeren in Zijn Rijk van vrede en liefde waar het leven
naar wijn smaakt en niet meer zo smakeloos is als water.
Het moest wel een bruiloft zijn waarin Jezus van zich wilde laten spreken,
Het moest wel een bruiloft zijn, waarin Jezus God tot spreken brengt.
God is liefde, zo luidt kort en krachtig Johannes' omschrijving van God
en waar kan je daarvan beter getuigen dan op een bruiloft? Het teken was
zo over-tuigend, dat zijn leerlingen, onze voorgangers op wiens getuigenis
wij ge-loven, in Hem geloofden, Hem trouw toezegden. Als het ware zeggen
zij op hun beurt zoals eens de Israëlieten bij de Sinai: Alles wat
Gij zegt en doet, wij zullen u daarin volgen.
De grondintentie van Jezus was en is: Gods liefde aan ons openbaren. Het
is goed dit vast te houden als je wellicht meer het idee zou hebben dat
de kerk meer een Verlatene is en de wereld meer een Woestenij is. Toch.
Het perspectief blijft: Gij zult heten Mijn Welbehagen en uw land: Gehuw-de.
Het perspectief blijft: Het Rijk Gods van vrede en gerechtigheid, waarin
God en mens in harmonie leven in grote vreugde. En wat onze bijdrage kan
zijn: als de bedienden de wijn rondschenken, geïnspireerd door het
woord van Maria: Doet wat Hij u zeggen zal, d.w.z.: getuigen van ons ge-loven,
dat het leven geen doodlopende weg is dat je bent opgenomen in een liefdesverbond,
waaraan God trouw is. Jijzelf en ook de man of vrouw, die nu naast je
zit in de kapel, ook hij of zij met wie je leeft en werkt, en die je dagelijks
ontmoet, ook mensen van wie je houdt en mensen aan wie je een afkeer hebt,
mensen die je weldoen en mensen die van je profiteren. Allen niettemin
bruiloftsgasten, genodigd op de bruiloft van God met de mensen. Dit is
wat er gebeurde te Kana in Galilea
op de derde dag. Amen.
Paul Minke
|