Leergang Liturgie
HEEL-MAKENDE LITURGIE
Inleiding
Als er een kind geboren wordt, zijn de ouders misschien
niet
eens zo zeer benieuwd of het een jongen of een meisje is dan wel of het
gezond is. Vandaar de routine-behandeling van de huisdokter of
vroedvrouw waarmee zij de reflexen van de pasgeborene controleren.
Immers, of het kind nu mooi of lelijk is, staat in geen enkele
verhouding tot dat allerbelangrijkste: of het gezond en heel is!
Nu wij al bijna vijftig jaar de liturgie in onze eigen taal kunnen
vieren, vraag ik mij af of we bij de geboorte ervan wel gecontroleerd
hebben of er alles op en aan zat. Want bekijken wij de vernieuwde
liturgie, zoals die op veel plaatsen gevierd wordt, dan zou je soms de
indruk krijgen - om de vergelijking met een pasgeboren kind aan te
houden - dat er vooral een sprekend hoofd ter wereld werd gebracht.
Anders gezegd: na al die tijd heeft het kind minstens een waterhoofd
gekregen.
Een hele liturgie
Ik wil hier wat gedachten naar voren brengen die te
maken
hebben met een liturgie welke niet alleen door woorden gekenmerkt
wordt, maar waarin evenzeer andere zintuiglijke ervaringen aangesproken
worden.
Bij geloven gaat het om ‘heil’, zeggen wij vanouds.
Wat wil
dat anders zeggen dan heling, een hele mens te worden, iemand uit
één stuk? Wij vertrouwen erop dat de
verbondenheid met
God ons zulke mensen zal maken. Een liturgie die de verbondenheid met
God wil bewaren en vieren, zal zo een gebeuren moeten zijn waarin wij
geheel en al aangesproken worden op dat diepste niveau van ons bestaan.
Het gaat om de heelwording van levende mensen die horen, zien, ruiken,
proeven en tasten, om mensen van vlees en bloed!
Horen
De streling van het oor is een buitengewoon goede zaak
en
werkt rustgevend en helend op een mens, maar tegelijkertijd moet je
toch zeggen dat het om meer gaat dan de muziek. Er zijn woorden die
zingend willen klinken en bezit willen nemen van ons. Wanneer woorden
en muziek met elkaar in harmonie zijn, is de kans groot dat de woorden
in ons kunnen 'zakken', ons hart kunnen gaan aanspreken. Het gaat om
woorden die ons gelovig vertrouwen willen voeden en dan is 'sfeer'
alleen niet genoeg!
Zo is het ook met het woord dat tot ons klinkt uit de Bijbel: het gaat
daarbij niet om een zakelijke mededeling, maar om datgene wat door en
achter de woorden ons hart wil aanspreken!
Er is een houding van stille ontvankelijkheid nodig om dat wat er
klinkt verder te laten komen dan het hoofd alleen of een muzikale
emotie, het gaat om datgene wat al luisterend ons diepste wezen
aanspreekt!
Het luiden van klokken zou een signaal kunnen zijn om weer een
luisterend mens te worden, een stuk instrumentale muziek kan evenzeer
de bodem in ons vrijmaken om echte hoorders te worden.
Een liturgie waar zorgvuldig omgegaan wordt met wat er te horen is -
woorden van waarachtig leven - zal een plaats zijn waar een
verwachtingsvolle stilte hangt, van waaruit woorden klinken en naar hun
werkelijke bedoeling verstaan kunnen worden!
Zien
'Het oog wil ook wat', luidt het gezegde: dat mag zeker
gelden
voor de liturgie, want waar het gaat om de wezenlijke dingen van leven
moet rekening gehouden worden met de binnen- en buitenkant van de mens.
Wij kunnen ons pas ergens thuis voelen als een ruimte ons rust geeft,
een oriëntatiepunt waar wat te zien is, kleuren en symbolen.
Ieder
van ons schept zich in zijn eigen huis een leefbare ruimte om zich heen
waarin je jezelf kunt zijn. Als er een feest te vieren is, dekken wij
de tafel net even anders dan normaal of zorgen wij voor bloemen of
versiering.
Ruimtelijke indeling, kleuren en lichtval en de dingen - altaar,
lezenaar, doopvont enz. - zijn daar op elkaar afgestemd en op de mensen
die zich daar omheen verzamelen.
Vroeger was er wellicht te veel, vandaag aan de dag wellicht te weinig
te zien, maar dat ook onze ogen aan hun trekken moeten komen is
duidelijk. Juist het gevoel voor wat er in liturgie aan mensen zou
moeten gebeuren geeft ons een graadmeter voor wat wel of niet kan, maar
blijft belangrijk om op een of andere wijze te kunnen zien wat je hoort!
Vervolg
Ruiken
Geur is heel belangrijk voor ons: iemand met een slechte
adem mijden we liever, zo goed als iemand met een al te opdringerige
parfum.
Het heeft evenzeer te maken met je thuis voelen en waar liturgie een
huis wil zijn, een dak boven ons hoofd, zal daar de geur een rol
spelen.
De zalving
van dopelingen en zieken heeft zeker de symbolische waarde van 'in een
nieuw sfeer' te komen, namelijk de levenssfeer van Jezus. In de
oosterse kerk spreken wij dan ook bij van een sacrament,
een heilig teken dat ons indringend thuis wil brengen bij Diegene over
wie het woord gesproken heeft!
De frisheid van bloemen
die wij ruiken in een kerk kan ons op het spoor brengen van de
verfrissende kracht van Gods Aanwezigheid.
Als je ziet hoe in oosterse religies veel meer waarde wordt gehecht aan
geur, moet ons dat eigenlijk op het spoor brengen van het wezenlijke
gegeven dat wij ruikende mensen zijn.
Proeven
'Smaken verschillen': een uitdrukking om aan te geven
hoe verschillend mensen zijn, maar als je aan tafel hetzelfde eet en
het smaakt iedereen goed geeft dat best een gevoel van echt samenzijn!
Ook onze liturgie kent de waarde van de smaakzin. Allemaal hetzelfde
proeven geeft deelgenootschap. Bij ons is het proeven alleen aan de
orde bij de viering van de eucharistie en de doop. Dat moet dan ook
werkelijk kunnen gebeuren. Brood, in Jezus' naam aan ons geven moet
smaak hebben, evenals de wijn.
Tegenwoordig beleven wij in de eucharistie toch veel meer dat het wel
degelijk eten en drinken is. Maar laat er dan ook echt brood te proeven
zijn! In veel kerken hoor je van het gebruik van ongedesemd brood. Die
smaak is natuurlijk heel apart en kan ons ook de band in herinnering
roepen die er in het avondmaal aanwezig is met het eten van
Israël bij de uittocht uit Egypte. Een typische smaak aan het
brood zal betekenisvol kunnen zijn. Heel letterlijk en figuurlijk moet
liturgie ons voeden in de smaak voor het ware leven in Jezus'
voetspoor.
Tasten
Geloven is iets wat aan je lijf wil komen, wat geheel en
al deel van jou wil worden. We gebruiken in de liturgie onze zintuigen
om dit te kunnen beleven. Elkaar het goede wensen in het algemeen is
nog iets anders dan de mens die toevallig naast je zit vrede toe te
wensen.
Waar mensen elkaar aanraken tijdens een viering en daartoe aangespoord
door het woord van het evangelie kan beleefbaar worden dat wij voor
elkaars geluk aan elkaar gegeven worden, dat wij niet langs elkaar heen
moeten leven maar ons metterdaad solidair verklaren met anderen, of het
je vrienden zijn of niet.
Bij de doop wordt een kind al aan een ander dan de ouders in handen
gegeven, het wordt aangeraakt en in een goede reuk gezet, want het gaat
een andere en wijde wereld binnen dan alleen die van het gezin. Dat is
tekenend voor wat leven is!
Bij de zalving van de zieken ontvangt een mens de aanraking van de
gemeenschap: niemand is geroepen om alleen te blijven van de wieg tot
het graf. Liturgie wil ons dat leren, oefent het in en maakt het
beleefbaar.
Woorden en gebaren
Al de dingen waar wij over gesproken hebben zijn niet
altijd direct verstaanbaar voor ons.
Tekenen, symbolen vragen om een begeleidend woord. Nu rest ons een
laatste opmerking over de aard van die woorden. Het mogen geen
uitleggende woorden zijn, ze moeten aanduiden, verwijzen naar de
werkelijkheid van God die in al deze zintuiglijke momenten zijn
verbondenheid met mensen voelbaar wil maken. Gebaren zouden vergezeld
moeten gaan van woorden uit Jezus' mond zodat zij ons in de levenssfeer
en ruimte brengen van die ene mens die met God verbonden was en ons in
dat verbond wil binnenvoeren. Geen woorden die verklaren, maar woorden
die een verband leggen met de werkelijkheid van God voeren ons binnen
in het verbond: dat wil liturgie zijn!
Uit:
inzet 1083-4, blz 12 e.v.
Pasen
Nalef succes-en-vertrouwen is niet zonder verontrusting,
en
fiasco evenmin zonder hoop. Dit hebben de eerste leerlingen van Jezus
na veel ontgoocheling pijnlijk moeten leren. Het kostte hun moeite te
geloven in hetgeen wij nu - wellicht te nonchalant - noemen: de
kerkelijke Christus. Onbevangen hadden ze in een 'eerste
naïveteit' vertrouwen gesteld in Jezus van Nazaret, die hun
had
gesproken over het volkomen Nieuwe dat hun wereld zou ver- anderen.
Maar door Jezus' smade- lijke arrestatie en dood overviel hen
ontgoocheling: illusievrees. 'We had- den gehoopt' (Lk. 24,21). Door
paniek, twijfel en achterdocht moes- ten zij heen worstelen, alvorens
'in een tweede onschuld' te kunnen komen tot een beproefd geloof.
Geloof, waarin zij ervoeren dat Jezus metterdaad te vertrouwen is: Hij
bleek, zij het anders dan vroeger, toch werkelijk aanwezig 'in hun
midden'. Zijn samenleven met hen was geen bedrog, noch had Hij zelf in
een illusie geleefd.
Deze tweede onbevangenheid ervoeren zij als de vrucht van een
goddelijke genade, die hen bevrijdde uit kleingelovige paniek, - als
bekering en dus eigen werk van de verrezen Jezus. Jezus bracht hen tot
elkaar terug uit hun paniekerige ver- strooiing; zijn verrijzenis
verzamelde hen tot nieuw leven: 'gemeente van Christus', stuntelig maar
oprecht begin van een samenleving van vrede.
E.
Schillebeeckx in 'Evangelieverhalen'