Gebedshoudingen van Dominicus 1 Buigen

1- buigen

Tijdens zijn jeugd in Spanje, de geboortegrond van Dominicus, was hij al vertrouwd met de gebeds- houdingen van de gelovige moslim, die buigt als hij zijn gebed begint. Maar ook vanuit de Byzantijnse traditie, die in de liturgie bekend is, is buigen de houding van eerbied en nederig gebed tot de Allerhoogste.

Voor het altaar, het zinnebeeld van Christus, boog Dominicus en vroeg ook aan zijn broeders het zo te doen. Voor Dominicus was Jezus Christus wezenlijk en persoonlijk aanwezig in gemeenschap met de broeders rond het altaar.
Bij het koorgebed buigt men tijdens de doxologie, een eerbewijs aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. En zoals de eerste christenen bogen tijdens het ontvangen van de zegen, zo buigt men nog op het einde van de viering, uit eerbewijs voor Hem van wie alle kracht, hulp en genade komt.
In het oosten kent men de diepe buiging ook als begroeting van mensen onder elkaar; daarin spreekt respect voor elkaars persoonlijke gestalte. Zijn we niet geschapen naar Zijn beeld, naar Zijn icoon? In elkaar zien we Hem. Bij deze diepe buiging zorgt men ervoor dat de knieën niet doorbuigen. Leg de handen op de knieën en zorg dat de rug recht blijft. Buig vanuit het bekken, zodat er een doorstroming kan plaatsvinden. Buig met het hoofd naar de grond, in ootmoed.

maquette

maquette van het klooster


luchtfoto

luchtfoto

""

toegangsweg