Generaal Kapittel 2010 in Rome
De voorbereiding
Op
29 december 2009 stuurde de magister van de
Orde,
Broeder Carlos Aspiroz Costa O.P., de officiële brief om het
Generale Kapittel van Rome 2010 bij elkaar te roepen. Een van de taken
van dit Kapittel zal zijn om de zeven en tachtigste Magister van de
Orde te kiezen. Het zal het tweehonderd negentigste Generale
Kapittel
in de Orde zijn.
De leden van het
Kapittel zijn afgevaardigden van de dominicaanse
(vice)provincies in de hele wereld, verder de magister van de Orde,
Broeder Carlos Aspiroz Costa O.P. en zijn voor-ganger, Broeder Timothy
Radcliffe. Er zullen 127 afgevaardigden zijn op het Kapittel.
Bovendien zijn er zes genodigden van de Dominicaanse Familie en zes
leden van de Curie van de Magister.
Het Kapittel zal
plaatsvinden in
het Salesianum, een Conferentiecentrum geleid door Salesianen, dat
zich tussen Rome en het vliegveld Fiumicino
bevindt.
Het Kapittel van
Rome zal een van de kortste keuzekapittels van de laatste tijd zijn. De
leden van het Kapittel zullen binnenkomen op 31 augustus en het
Kapittel zal beginnen op 1 september. Van de Nederlandse
Provincie nemen Provinciaal Overste Ben Vocking OP en de syndicus van
de Provincie Antoon Boks OP aan het kapittel deel.
Er is een voorstel
gedaan om het
Kapittel te verdelen in groepen (commissies) om de huidige uitdagingen
voor het leven en werk van de Orde te bezien. Het eerste deel van het
Kapittel zal worden besloten met de keuze van de Magister, welke
volgens de Constituties plaats zal vinden op de vijfde dag van het
Kapittel, zondag 5 september. Na de keuze van de Magister zal het
Kapittel verder gaan met het werken in commissies en plenaire zittingen
en zal gesloten worden op 21 september.
De voorbereidingen
voor het Generale Kapittel zijn al meer dan een jaar
bezig. Het begon met het benoemen door de Magister en zijn Consilie van
een voorbereidingscommissie. De commissie heeft o.a. informatie
gevraagd aan verscheidene instituten en verantwoordelijke commissies
voor het Generale Kapittel, maakten een synthese van de antwoorden en
probeerden de onderwerpen te onderscheiden thema’s te
formuleren om aan het Kapittel aan te bieden.
Het volgende stadium van
de voorbereiding van het Kapittel omvatte het uitzoeken
van wie van
welke commissie deel wilde uitmaken. Dat is erg moeilijk, want er wordt
aan hen gevraagd om aan te geven welk gebied ze belangrijk vinden en
hoe dat kan in groepen met de officiële talen van de Orde:
Frans, Engels en Spaans.
Voor dit Kapittel
zijn zeven commissies, soms
verdeeld in twee groepen voorgesteld (met tussen haakjes de voertaal):
de navolging van Christus (Spaans en Frans); de studie (Frans), de
bediening van het Woord ((Engels en Spaans), de vorming van de Broeders
(Engels), het bestuur van de Orde (Engels en Frans); het economische
beleid (een commissie maar twee talen (Engels en Spaans), de wetten en
de Constituties van de Orde (Engels en Frans).
Meer nieuws
van het Generale Kapittel zal op deze manier beschikbaar
komen, maar iedereen kan natuurlijk ook kijken naar de officiële
Website.
Daar vindt u een lijst van deelnemers. Ook wordt van dag tot dag een
kroniek gegeven van de gebeurtenissen van die dag.
2 september
Na een morgengebed en Eucharistieviering in het Frans onder leiding van de Vicaris van West Afrika Roger Houngbedje, geassisteerd door die van Congo en Equatoriaal Afrika gingen we in taalgroepen praten wat we zouden voorstellen aan de diverse commissies om te behandelen naar aanleiding van het Verslag van de Magister.
Alle taalgroepen mochten drie minuten verslag uitbrengen en hun verslag werd samengevat in twee of drie woorden. Die tien groepen werden daarna weer samengebracht in de volgende thema’s:
-
Hoe kunnen we laten zien dat we een Missie hebben om door middel van onze prediking het Evangelie te verkondigen? "
-
Hoe kunnen we er voor zorgen, dat ons leven samenleven is?
-
Bestuur van de Orde op het niveau van Provincie, Vicariaat Generaal, Regionaal Vicariaat, Provinciaal Vicariaat en kloosters
-
Hoe moeten we ons door studie en vorming voorbereiden op onze taak als predikers van het Evangelie?
Hoe komen we tot studie en vorming om ons voor te
bereiden op onze taak?
De
Provinciaal van Mexico bracht terecht naar
voren, dat je dit alles niet in die paar woorden kon samenvatten,
waarop de Magister nog een paar verduidelijkingen gaf, want er was
gezegd, dat in zijn Verslag 120 vragen voortkwamen. Hij verduidelijkte
een generatieconflict tussen jongeren en ouderen, want de jongeren
vroegen om te mogen leven zoals hun dat geleerd was. Bij het leven in
kloosters kwam naar voren, dat we niet moeten geven wat iemand vraagt,
maar wat hij nodig heeft. Heel belangrijk is dat we ons iets moeten
laten gezeggen. We moeten minstens luisteren naar mensen, die met ons
praten. Er is een groot verschil tussen de vicariaten en de provincies
in het verleden en het heden. Op de vraag of er niet te weinig stond in
het verslag van de Magister vertelde hij dat in ieder geval in 115 en
127 het een en ander was neergeschreven.
De eerste helft van de middag kwamen we samen in commissie. Ben zit in de commissie: het werk van het woord, dus de prediking.
Ik zit in de commissie van de financiën. Alle mensen van het Kapittel kregen 28 pagina’s over de financiën, maar wij kregen er nog 128 bij. Die moeten we gelezen hebben voor maandagmorgen. In de tweede helft van de middag spraken we over wie de volgende Magister zou kunnen worden. Namen noem ik natuurlijk niet, want dat is een gewoonte in onze Orde.
Na een avondgebed in het Frans en een maaltijd ben ik nu dit aan het schrijven, opdat het vanavond of morgenochtend door jullie gelezen kan worden.
5 september
Op
deze dag werde de keuze gehouden voor de 86ste opvolger van St
Dominicus als Magister van de Orde. Gekozen werd Fr. Bruno
Candoré.
Fr. Bruno Candoré werd in 1954 geboren in Le Creusot, gelegen in de streek van de Bourgonge. Hij was afgestudeerd arts. In 1979 trad hij in in de Orde van de Dominicanen, werd 1980 geprofest en in 1986 tot priester gewijd in Lille. In 1992 promoveerde hij tot doctor in de Moraaltheologie. Hij heeft binnen de Franse Provincie belangrijke functies bekleed o.a. ook de functie van directeur van het Centrum Medische Ethiek te Lille. Toen hij tot Magister gekozen werd was hij op dat moment Provinciaal van de Franse Provincie en was hij bezig aan zijn tweede termijn. Meer info over de Magister vindt u bij Dominicanen Vlaanderen
6 september
De dag na die van gisteren.
De vicaris van het vicariaat van Taiwan kan niet zo goed lopen. Nu zijn
er mensen die hem altijd helpen, maar gisteren waren die even niet
beschikbaar, dus leende ik hem mijn linkerarm. Ik liep rechts van hem
en hij vertelde me een stukje van de Chinese cultuur: “In de
oude
tijden liep de keizer op die manier en dan legde hij zijn arm op de
eunuch, die rechts van hem liep”. Trouwens tijden de
processie
van de grote zaal waar de nieuwe magister gekozen was liepen we naar de
bovenkerk voor gebeden en hij zat op de rug van een ander kapittellid.
Na de middag gingen we met drie bussen naar Santa Sabina. Daar stond in
de kerk een plankier, of zo u het wil een tribune met nummers. Iedereen
moest op zijn eigen nummer gaan staan: voorop de provinciaals met
tussen hen in de nieuwe Magister met de twee ex-magisters. Dan de
diffinitoren en vervolgens de socii van de provinciaals en van de
diffinitoren. Dat was om de officiële foto van het Kapittel te
maken. Daarvoor was de fotograaf van de Paus ingehuurd. Hij maakte ook
nog een foto vanuit de kloostercel van Dominicus. Al heel snel daarna
werd op een zeer vakkundige manier die tribune afgebroken, want er was
bijna meteen er na een bruiloft in de kerk.
We moesten daar bij de rondleiding wel voor aanpassen en soms eerst
naar een ander gedeelte gaan, want dat duurde wel een mooie tijd. Ook
vertelde de man, dat Theissling daar begraven lag. Alleen vertelde hij
dat hij een Zwitser was en toen ik zei, dat dit niet waar was, dat hij
dan van Oostenrijk kwam. Gelukkig kon ik hem vertellen, dat hij echt
eerst provinciaal van Nederland was geweest. Er is ook een prachtige
kapel ter ere van Hyacinthus en een ter ere van Catharina van Siena. We
zijn ook in de crypte geweest, waar vroeger een tempel van Isis is
geweest en later het huis van Sabina. De avond werd besloten met een
avond gebed in het Latijn, waarna een avondmaal gereed stond in de tuin
van het Belvedère. Vandaar hadden we een prachtig uitzicht
op de
Tiber die beneden stroomde, maar nog mooier: je kon neerkijken op de
Sint Pieter. Vanuit die tuin houden ze het Vaticaan in de gaten.
Om 22.00 uur ’s avonds gingen we terug en konden gelukkig
hedenmorgen uitslapen, nou ja om acht uur was er ontbijt en om 9.00 uur
Eucharistieviering.
Vandaag zijn we begonnen met het werken in commissies. Wees blij dat je
niet
hoort bij de commissie over het volgen van Jezus, want ze hebben heel
lang gesproken over of je wel de Eucharistie kan vieren in habijt met
al dan niet een stool. Onder de Eucharistieviering hier gaan bij de
Communie de priesters naar voren en de broeders, zusters en leken naar
achteren. Onderscheid moet er zijn. Volgens velen is het alleen
mogelijk, als je over je habijt eerst een albe, daarna een stool
aantrekt en die stool vast bindt met een singel.
Maar goed, wij begonnen met wat de Syndicus van de Orde had
opgeschreven over de laatste drie jaar. Het is heel wat en onze
provincie kwam meerdere malen goed uit de bus. Wij zijn een van de
weinigen, nou ja vijftien van de vijftig eenheden, die op tijd onze
rekening en verantwoording hebben ingeleverd. Alle hulde aan Marc
Swinkels!
Ik heb al een paar voorstellen bij de Syndicus ingediend, o.a. dat er
dankbrieven komen als er grote of minder grote giften naar de Magister
gestuurd zijn. A.s. zondag hebben we geen werk te doen, maar er is
niets georganiseerd. Dan moeten Ben en ik toch maar eens na gaan
denken, want we die dag zullen doen. Morgen is er weer een dag en op 8
september moeten de Zuid Italianen, de Portugezen samen met de mensen
uit Angola en de Nederlanders voorgaan in de Eucharistie. Dat gebeurt
in het Spaans.
9 september
Het spijt me heel erg, dat ik een eenzijdig verslag
schrijf,
want ik ben op mijn verzoek ingedeeld bij de financiële
commissie.
Ik kan wel vertellen, dat er geen commissie voor de Monialen is, want
zoals staat in het Verslag van de afgetreden Magister zijn wij
Dominicanen zeer terughoudend om over andere delen van de Dominicaanse
familie te praten.
Wel zijn er verschillende petities uit Nederland binnengekomen, maar ik
moet helaas ook vertellen, dat op de lijst van binnengekomen petities
een of andere manier de door André Lascaris geformuleerde en
door meerdere Nederlandse dominicanen ondertekende petitie niet vermeld
staat, want die is niet op het juiste adres aangekomen. Heel vervelend,
maar het is niet anders.
Morgen
beginnen we te praten over de vorming, want die commissie is klaar met
een voorstel. Vanaf morgen kan ik daar natuurlijk over praten. Ik ben
altijd een beetje bang om voor mijn beurt te praten. Overigens moet ik
wel excuses maken over het verslag van gisteren, want omdat Ben het
niet nagekeken had zaten er flink wat spelfouten in.
Dan toch weer naar onze commissie, al kan ik zeggen, dat de commissie
van Ben over het woord vandaag zover gekomen is, dat een paar mensen
van zijn Spaans sprekende commissie ging praten met enkele confraters
van de Engels sprekende commissie met hetzelfde onderwerp om te
proberen samen een tekst klaar te maken voor een voltallige zitting.
Dat betekende dat zowel Ben als ik een vrije middag had. Met
buskaartjes die gevonden waren in de la van een overleden confrater uit
2004 zijn we op weg gegaan naar Rome, want die kaartjes waren nog
geldig en kun je het je voorstellen: ze waren voor €1,00
gekocht
en zijn nog steeds voor €1,00 te koop. Dus we zijn met de
erfenis
van die confrater naar Rome gegaan. Met die kaartjes kon je toen en nu
75 minuten gebruik maken van het openbaar vervoer in Rome en omgeving,
maar je mag slechts een keer met de metro reizen.
We hebben samen een leuke middag gehad al was het
voornamelijk naar mensen en mooie gebouwen kijken. Dat betekent niet
dat we geen mooie mensen hebben gezien, maar we hebben ook naar de
grote suikertaart van Victor Emanuel gekeken, verder de Engelenburcht
en het Sint Pietersplein. De kerk zelf zijn we niet ingegaan, maar we
waren wel in de Nieuwe Kerk, waar Fillipus Neri gewoond heeft. Daar kon
je eens te meer zien, hoe het komt, dat de Vaticaanse musea zo goed
gevuld zijn, want een schilderij van Caraveggio was uit de kerk van
Filippus Neri verhuisd naar het Vaticaanse Museum en een kopie uit 1790
was er voor in de plaats gehangen.
Die commissie voor de vorming is gekomen met een iets meer dan twee
pagina’s tellende tekst. Daarover zal ik morgen meer
schrijven.
In de commissie van sturing (in het Frans spreken ze dat uit als
“stiering commitie”) is gesproken over de liturgie.
Jullie
weten allemaal, dat ik niets heb tegen Latijn, om maar niet te praten
van Grieks, maar het is wel zeer apart dat de voorzanger rustig op de
plaats waar gedrukt staat: “Seigneur, prends
pitié”
Kyrie eleison zingt en waar: “O Christ, prends
pitié” Christe eleison zingt. Er is een voorstel
ingediend, om de liturgie wat “leuker” te maken,
maar dat
zal niet gemakkelijk zijn.
In onze commissie hebben we de Provinciaal van Chicago als
tekstschrijver en ik moet zeggen, dat ik zeer veel bewondering voor hem
heb. Hij weet zeer snel een duidelijke Engelse tekst te voorschijn te
brengen en ook alle veranderingen, waarover steeds gestemd wordt daar
in aan te brengen en dan te bedenken dat de moedertaal van onze leden
naast Engels, Spaans, maar ook Frans en Nederlands is. Ben vertelt, dat
de tekstschrijver van zijn commissie ook zeer goed is. Maar ja het
blijft een heel aparte zaak, dat iedere drie jaar we steeds weer over
de- zelfde punten moeten blijven discussiëren.
11 september 2010.
In de ochtend hoorden we over de vertegenwoordiging van
de
Orde bij de Verenigde Naties. De broeder die zijn kantoor in Geneve
heeft doet het omdat hij wil preken. Je kunt voor iedereen preken, dus
ook voor Staten. Er zijn 192 landen aangesloten bij de VN, die gebruik
maken van 6 talen. De leden zijn staten. Ze hebben personeel zoals de
Secretaris Generaal. Er zijn gasten van de UNO, bijv. NGO’s,
wat
betekent: Niet Gouvernementele Organisaties en een daarvan is onze
vertegenwoordiging.
We
zijn daar aanwezig omdat Dominicus ook een diplomaat was; hij probeerde
een prinses te zoeken om met een prins te trouwen. Daarom hebben we nog
steeds deze missie. 500 jaar geleden kwamen we in de Nieuwe Wereld.
Francisco de Vitoria is de grondlegger van de Mensenrechten. We zijn in
125 landen. We hebben veel ervaring. We proberen om politici te draaien
in de richting van het evangelie. Landen hebben geen ziel, maar
politici wel.
Hoe preken we? We proberen te kijken hoe de UNO werkt, wat er aan de
hand is in de wereld en wat de Kerk wil doen.
We moeten samenwerken, dus is er contact met diplomaten, er wordt
gelobbyd en onze afgevaardigde probeert andere groepen te leren kennen.
Namens de orde willen hij dat proberen. Hij wil dat doen binnen de VN
en daarom worden geschreven en mondelinge verhalen verspreid. Soms doen
we dingen samen en soms doen we samen iets voor een bepaald geval, bv
Haïti of Pakistan.
We willen wel een grotere delegatie om aanwezig te zijn in Geneve, New
York. We willen meer doen voor onderwijs, vrede, gevangenen en tegen
armoede. We zijn een soort van ambassade voor wat in de wereld nodig is
en waar de Orde voor moet staan.
We zijn een NGO en willen onze curie helpen. Om het zo uit te drukken,
hij is tot onze dienst. Hij spreekt namens de Orde. Hij praat met
andere staten. Hij kan niet voor de Orde werken zonder te weten wat de
Orde doet. Dus moet er genetwerkt worden. Hij maakt contact met veel
mensen via ‘facebook’ meer dan via de normale
website.
Hij wil graag weten wat mensen doen, aan de basis. Dan kan hij een
aantal dingen doen, want hij is als een ambassadeur. Dat wilde hij
vertellen aan leden van de Orde. Provinciaals en andere Dominicanen
kunnen via hem een hoop mensen bereiken. Hij kan informatie doorspelen,
maar dan moet het wel op en neer gaan. Als hij weet, wat wij willen,
dan kan hij dat doorsturen, dus hij weet alleen wat wij hem sturen. Dat
moeten we doen om ons werk in de wereld beter te doen en dat helpt ons
op de plaats waar wij werken.
We werkten eerst samen met de Franciscanen. Nu zijn we samen met andere
organisatie zoals katholieke migranten, caritas, sdb. Francisco de
Vitoria is de grondlegger van de mensenrechten. Steeds meer moet ook
hij zeggen: ik ben niet van Santo Domingo, maar we zijn Orde van de
predikers. Ons doel is te laten zien dat er gewerkt moet worden voor de
hele wereld.
Als je meer wilt weten zoek dan op: http://un.op.org
daar kun je ook vinden hoe je contact moet maken met onze
vertegenwoordiger: contact@un.op.org
Vanavond kwamen de leden van de Dominicaanse Familie bij ons op bezoek.
Ze baden en zongen samen met ons de Vespers en bleven daarna eten.
Vandaag spraken en stemden we ook over de tekst die gemaakt is over de
vorming, maar daarover morgen meer.
13 september
Een nieuwe dag en het begin van een nieuwe week en
daarom spraken we vandaag uren over de financiën. Dat is te
begrijpen, want zonder geld is het moeilijk leven, maar het wil
natuurlijk niet zeggen, dat het geld moet beslissen over ons leven. Er
zijn wel belangrijkere dingen. Sommige teksten werden wel aanvaard,
anderen niet. Zo gaat dat in het leven. Soms was het ook een manier van
zeggen en dan is het Spaans wel eens makkelijker dan het Engels, maar
ja de tekst van onze commissie heeft als voertaal Engels en wordt
natuurlijk ook in het Frans vertaald. Bijna alle bevestigingen van
vroegere kapittels werden gelukkig niet herhaald, maar we gaven wel een
opsomming van alle teksten, die geschreven zijn om alle broeders iets
bij te brengen over economie en financien. En nog steeds zijn er mensen
die roepen: “Daar heb ik geen verstand van”. (Rome
1983; Avila 1986; Oakland 1989; Mexico 1992; Bologna 1998; Providence
2001; Krakau 2004; Bogotá 2007. 115 stemde voor, 6tegen en 4
onthielden zich van stemming.
Er zijn niet zoveel mensen, die zonder
koptelefoon opzitten, want
vooral het Frans is soms moeilijk te verstaan (of moet ik zeggen) te
begrijpen.
Er was een verzoek ingediend door enkele broeders om altijd een albe
over het habijt aan te hebben bij de Eucharistieviering. Ik moet een
aantal mensen teleurstellen, want dat verzoek is niet aangenomen. Er
waren wel verschillende redenen voor, zo vertelde iemand uit de warmere
gebieden, dat een albe over een habijt erg warm was. Ik vond de reden,
dat we geen voorstellen moesten aannemen, die toch niet uitgevoerd
worden, wel een goede. Een andere provinciaal sprak over de eenheid,
die ver te zoeken was, als sommige confraters de oude Dominicaanse
ritus van Pius V willen gebruiken, omdat in de kerk de Latijnse ritus
gebruikt mag worden.
We beslissen dat de Syndicus van de Orde en de economische raad van de
Orde administratieve statuten voor de Orde moeten formuleren na
gesproken te hebben met alle entiteiten en ze moeten dit aan het
volgende Generale Kapittel ter goedkeuring voorleggen. Dat klinkt een
beetje raar voor een aantal Provincies want dat staat ook in onze
Statuten, maar zoiets is er niet op het niveau van de Orde. Soms moet
je een beetje tussen de regels doorlezen. Daarom ben ik niet zo
gelukkig met “We bevelen aan dat bij sommige canonieke
visitaties van de Magister van de Orde of zijn Socii, Provinciaals,
Vice-Provinciaals, Vicarissen Generaal en Regionale Vicarissen ook een
economische visitatie gehouden wordt waar dat nodig of wenselijk is,
want waar het echt nodig is, zullen ze heel gauw zeggen, dat het niet
wenselijk is”.
Het voorstel om de Syndicus van de Orde een
uniform systeem voor boekhouding te laten maken voor alle entiteiten
van de Orde, haalde het ook niet, want dat is zo moeilijk als je de
wetten van alle landen daarin moet opnemen. Dan zou hij meteen kunnen
werken bij Microsoft of een andere organisatie.
Op deze manier doe ik natuurlijk geen recht aan alles wat er vandaag
gezegd is, maar dan zou ik jullie een flink aantal pagina’s
moeten sturen.
Daarom morgen meer.
15 september 2010.
Soms is het even slikken. Ik dacht, dat een tekst er
niet door
zou komen, maar het gebeurde toch. Een paar redenen kan ik daarvoor wel
aanvoelen. Er zijn natuurlijk provincies, die een andere geschiedenis
hebben dan wij. Sommige worden echt geplaagd door problemen. Daarmee
zeg ik natuurlijk niet, dat onze provincie 100 % goed is, maar
toch…
We
hadden vanmiddag weer hoog bezoek: de pas benoemde secretaris voor de
religieuzen Joseph Tobin, een Redemptorist uit de USA, die tweemaal de
algemene overste van de Redemptoristen is geweest en bij zijn benoeming
net aan het genieten was van een vrij studiejaar bij de Dominicanen in
Oxford. Hij is zelfs nog geen bisschop.
Vanmiddag gingen we spreken over de tekst van het Spaanse deel van de
commissie over het volgen van Jezus. Ze hadden een speelse tekst,
waarover zelfs gelachen kon worden, maar dat vond de meerderheid niet
goed. Het gevolg was dat de commissie de tekst opnieuw onderhanden moet
nemen en dan terug mag komen. Om eerlijk te zijn: niet zo leuk, maar de
meerderheid beslist.
Dat leverde ons wel een paar kwartier rust op, alleen… wat
moet
er gebeuren op maandag en dinsdag? Werken we een nacht door? Ik moet
zeggen, dat ik al heel wat in deze tekst, die ik aan jullie stuur,
veranderd heb, want ik wil de meerderheid van mijn confraters niet
afvallen, ook al ben ik het niet met ze eens. Zelf zou ik ook alles
veel en veel korter willen opschrijven. Ook in onze commissie over de
“economische administratie” had veel geschrapt
kunnen
worden, maar het is vaak geven en nemen, of zoals iemand zei:
“Soms moet er tegen de wind in gelaveerd worden, anders kom
je
nergens”. Is er dan nu een windstilte ingetreden?
Het
boek van Ernst Marijnissen: “Het lied van de oprechte
mens”
is op weg naar Santa Sabina. Van alle boeken, die door of voor
Dominicanen uitgegeven worden gaat een exemplaar naar de Provincie en
een naar de Magister. Dat gebeurt dan nu met dit boek. Het gewicht van
dat boek kan ik in mijn koffer vervangen door de papieren die ik heb
gekregen maar om eerlijk te zijn, ik denk niet dat ik zo erg veel
daarvan mee neem, want nu al heb ik veel teksten langs elektronische
weg mijn eigendom gemaakt soms zelfs al in drie talen (Frans, Engels en
Spaans) en een enkeling ook al in het Nederlands vertaald.
Gisteravond speelden Brian Pierce (Algemeen Promotor van de Monialen)
en Prakash Lohale (Socius voor het Apostolische leven) de preek van de
eerste gemeenschap in Hispaniola (uitgesproken door Antonio de
Montesinos). Daarin kwam ook de zoon van Columbus protesteren (tegen
die preek dan), maar het werd hem spoedig duidelijk, dat niet een
Dominicaan had gepreekt, maar een hele Dominicaanse gemeenschap en die
kun je niet zo makkelijk op transport naar het moederland zetten.
Doordat van een aantal provincies terecht meerdere mensen aanwezig zijn
(want ze zijn met velen in die provincie) komt het voor dat de
stemmingen soms erg verdeeld zijn. Drie jaar geleden bij de
Provinciaals was er veel meer eenheid. Meerdere mensen zijn aan het
afkruisen, maar dat doe ik niet.
Ik heb wel gevraagd of er iemand in de Orde is, die weet wat er per
jaar gevraagd en gegeven wordt door alle entiteiten van de Orde. Tot op
heden geen antwoord. Een internationale organisatie die erg veel geld
ophaalt, maar ook erg veel kost, haalt minder op dan wat de Nederlandse
provincie per jaar geeft aan allerlei groepen en organisaties. Op een
verzoek om ook mee te werken aan het zoeken naar geld antwoord ik
meestal: “Hoeveel procent blijft er aan de strijkstok
hangen?” Ze zijn erg verbaasd dat in Nederland zo weinig
uitgegeven wordt om zoveel te kunnen geven.
18 februari
Vandaag is er voor het eerst in de geschiedenis van de
Generale Kapittels één tekst aangenomen als
voorwoord. Zoals dat hoort zijn we bijna aan het eind van het
éKapittel en dan is het mogelijk om een inleiding te
schrijven. De tekst hiervan is verdeeld in negen paragrafen.
De
stuurgroep, bestaande uit de
voorzitters van de verschillende
commissies samen met de Magister en de moderators van de vergadering,
was daarvoor verantwoordelijk. De oorspronkelijke tekst is geschreven
in het Spaans en daarvoor is Broeder Felicísimo weer de
hoogst verantwoordelijke. Op een weergaloze wijze stuurde de moderator
van de vergadering ons door het document.
In de voorafgaande behandeling van de tekst waren eerst 42 en daarna
nog 18 mensen aan het woord geweest. Zoals gebruikelijk was een
enkeling meer dan een keer aan het woord. Van al deze veranderingen
waren aantekeningen gemaakt en deze waren verwerkt in de tekst.
Die tekst was daarna aan ons uitgedeeld en
vóór
de vergadering konden schriftelijke veranderingen worden voorgesteld.
Na wat verwijzigingen naar aanleiding van de vertaling van de
oorspronkelijk Spaanse tekst kwamen die aangekondigde veranderingen aan
bod. Van ieder van de veranderingen werd door de stuurgroep een
voorstel gelanceerd om de tekst te verbeteren. Laten nu alle indieners
van een verandering die door de stuurgroep voorgestelde teksten
aannemen. Daarna kon er over de hele tekst gestemd worden en deze werd
met 115 stemmen voor en slechts negen stemmen tegen aangenomen.
Het klinkt misschien raar, maar tijdens alle stemmingen waren er mensen
die zich van stemming onthielden door op knop 4 te drukken. Bijna
iedere keer werd er ook door een of meer mensen voorgestemd met een
voorstel om te veranderen, maar vanaf het begin was door het Kapittel
aanvaard dat deze manier van stemmen niet mogelijk was, dus was het ook
een manier om te zeggen, dat ze zich van stemming onthielden.
En… dan waren er ook confraters die wel aangaven dat ze
aanwezig waren, maar bij de stemming op geen van de knoppen drukten.
Er gaat geprobeerd worden om de hele tekst te herzien en aan ons mee te
geven op een CD. Intussen heb ik zo hier en daar al het een en ander
vertaald. Maar ik wacht nog even met die door te sturen, al kan ik vast
een heel klein gedeelte hier naar voren brengen:
Er zijn
heel wat Dominicaanse symbolen: het habijt, ons wapenschild, de hond
met de fakkel in zijn bek aan de voeten van Dominicus. Maar er is iets,
dat ons altijd identificeert, een DNA voor de leden van de Orde, voor
de Dominicaanse familie en dat is de prediking om de verlossing van de
mensen, de dienst van het woord en de evangelische zending te
verwerkelijken. Dit generale kapittel van Rome wil aan de hele
Dominicaanse familie van Monialen, broeders, zusters van het
apostolische leven en leken ons identiteitsteken aanbieden nu we op weg
zijn naar het Jubileum van 2016. De Monialen die zich tot het gebed
geroepen weten delen in de dienst van de prediking door te luisteren
naar het Woord, het te vieren en het Evangelie te preken door het
voorbeeld van hun leven. Op diezelfde manier delen de broeders
(coöperators)in de prediking door het gelovig beleven van hun
professie in de Orde.
Het vierde
concilie van Lateranen vond het erg dat “niemand meer het
brood van het woord aan de gelovigen uitdeelde”. Dominicus
voelde dat dit de wortel van al het foute van de Kerk van zijn tijd
was. Hij besloot dat dit zijn werk zou worden en dat van zijn
volgelingen. Het was een profetische intuïtie want echt preken
is het begin van het proces dat leidt tot geloof, tot bekering tot het
Evangelie, tot het opbouwen van de gemeenschap, de vermenselijking van
het leven in overeenstemming met het leven van Jezus. Dit blijft de
specifieke missie van de Orde in een Kerk die opnieuw evangelisatie
nodig heeft en een wereld vol mogelijkheden maar ook vol zinloosheid en
lijden.
Misschien ten overvloede: dit is nog lang geen
goedgekeurde vertaling.
Ik heb gewoon tussendoor het een en ander voor mezelf opgeschreven.
Hoe dan ook: morgen gaan de Vlaamse en Nederlandse Dominicanen proberen
om in de kerk van de Friezen de Eucharistie te vieren, dus wie weet,
wordt er morgen weer iets opgeschreven over wat Rome aan pelgrims,
kapittelleden of toeristen te bieden heeft.
21 september
Goed dan ga ik maar het laatste gedeelte vertellen van
dat Kapittel.
Vanmorgen vroeg, om 7.00 uur was de Eucharistieviering voorgegaan door
de nieuwe Magister Bruno Cadoré vergezeld door de twee
vorige Magisters Carlos en Timothy. Hij sprak over Mattheus de heilige
van de dag die ook een prediker was.
Om 9.00 uur begon de evaluatie. Na twintig minuten gingen we verder in
taalgroepen. Ben in de Spaanse en ik in de Engelse. We zouden praten
over de duur van het Kapittel en natuurlijk bij de evaluatie ook praten
over het volgende Kapittel. We spraken ook over de thematiek van het
kapittel; wat we vonden van het voorwoord en de liturgie. Dat mocht
veertig minuten duren, dus om 10.00 uur moesten we terug zijn in de
grote zaal.
Na de evaluatie en een pauze kwamen de gasten aan het woord. Iedereen
was zeer dankbaar uitgenodigd te zijn.
Er was een Moniaal van Bergamo en een van Drogheda in Ierland, daarna
kwam de speciaal uitgenodigde broeder coöperator aan het
woord. Volgens hem konden die broeders een rol spelen bij de eenheid
van de Orde. De leken dominicaan van de Filippijnen bracht dank aan
iedereen. De eerste van de twee zusters met apostolisch werk Fabiola
voorzitter van de Internationale Dominicaanse Zusters vertelde dat ze
sinds 4 augustus 2007 voor zes jaar deze post bezet. Het was voor haar
een universitaire vorming met deze drie weken een zeer intensieve
cursus in wat nu dominicanen zijn. Er zijn 153 congregaties aangesloten
met 25.000 zusters in 111 landen; kijk maar eens op de website. Deze
organisatie is in 1995 begonnen onder leiding van zuster Margaret
Ormond. Rose Ann Schlitt van DVI was bijna op het eind van haar zes
jaar en dankte ook voor de uitnodiging.
Daarna kwam Magister Bruno aan het woord. Hij zette natuurlijk eerst
zijn stoel omlaag en bracht dank aan Carlos voor de negen afgelopen
jaren, aan de Curie en speciaal Allan White voor het voorbereiden van
dit kapittel.
Hij vond dat we te weinig tijd hadden gehad om elkaar goed te leren
kennen. In de toekomst moeten we proberen elkaar meer te ontmoeten,
waarbij we ook van elkaar kunnen leren hoe we preken. En dat is dan
niet alleen het woord voeren, maar vooral ook door onze manier van
leven onze prediking duidelijk maken aan vele mensen. Terwijl Carlos
nog al eens sprak dat we midden in de Kerk leven (=in medio ecclesiae)
sprak Bruno er meerdere keren over dat we het hart van de Kerk moeten
zijn.
Hij hoopte met ons te leven in een eenheid.
Hij hoopte dat met zoveel verschillende mogelijkheden de schoonheid van
de diversiteit meer tot uitdrukking komt. Ik dacht aan de facetten van
een diamant.
Hij hoopte de komende jaren een leven in broederlijkheid te leven en
zou blijven bidden dat God met ons zou zijn.
Tenslotte zei hij dat hij hoopte samen te kunnen werken aan de
herstructurering van de Orde. Hij zei, dat de Magister doet wat de rest
wil. Dat is mogelijk, maar het vraagt wel energie. Samenwerken is een
manier om te komen tot iets moois.
Bid voor mij en ook heel in het bijzonder voor de zieken en ouderen in
de verschillende provincies; aan hen stuurde hij ook zijn groeten.
Samen moeten we preken wat belangrijk is. Hij eindigde met de woorden
dat hij de novicen, de jongere broeders groette. Iedereen zegde hij
dank en vertelde er bij, dat iedereen altijd welkom is op Santa Sabina.
Daarna werden de Akten getekend door de Provinciaal van Toulouse,
Norberto van de Filippijnen dan de algemene secretaris Ricci en zijn
rechterhand Alejandro en als laatste tekende Bruno.
Daarna gingen we allemaal naar de kapel voor stilte, gebed en het
zingen van het Salve. Vervolgens koffers pakken, eten en naar het
vliegveld, waar we nu zitten, omdat over vijf minuten het vliegtuig uit
Nederland aan moet komen. Dan hebben we nog een half uur te gaan,
kunnen dan in stappen en naar Nederland vliegen.
Inhoud van deze rubriek
de voorbereiding
1 september: procedures, verslag van de Magister
2 september: gesprekken over het verslag
3
september:
gesprekken over kandidaten
4 september: gesprekken met kandidaten
5 september: keuze van de Magister; bezoek aan S. Sabina
6
september:
commissiewerk
7
september:
financiële commissie werk
8 september: finnciële commissie werk II
9 september: werk van verschillende commissies
10 september: het stemmen begint: van de vorming
11 september: De Orde en de Verenigde Naties
13 september: Bespreking van de financien
14 september: verschillende stemmingen; bischoppenbezoek
15 september: Besprekingen van teksten
16 september: sprokkelnieuws
17
september:
gesprek over de prediking
20
september:
afronding
21 september: slot; slotwoord van de Magister

Salesianum, de plaats waar het kapittel plaats vindt

Ingang
1 september
Om 9.00 Morgengebed met Eucharistieviering. Voorganger en predikant is de Magister van de Orde Carlos Aspiroz Costa. We hebben een boek van 20 bij 20 centimeter met 434 bladzijden. Er zijn dominicanen met albe singel en stool over hun habijt, dan zijn er vele priesters met stool, want zo leren we bij de communie mogen de priesters zelf een hostie nemen en indopen of drinken, de broeders, zusters en leken mogen naar voren komen en krijgen een hostie die ze mogen indopen of uit de kelk drinken.
Apart was dat de lezingen in Iberisch Spaans waren en dat de Magister preekte in Argentijns Spaans, wat tenslotte zijn moedertaal is, ook al was zijn moeder van Italiaanse afkomst. We baden en zongen Latijns en Spaans.
Omdat we in het tijdperk van de elektronica zijn hadden we ontvangers voor de vertaling en stemmachines. Natuurlijk niet zo makkelijk om die goed te gebruiken. Na veel proberen zijn er 126 stemgerechtigden aanwezig.
We namen de regels om verder te gaan aan. Ook het voorstel om de voorgestelde drie moderators te aanvaarden kwam er door. Voor de lengte van het kapittel is nu gekozen voor 21 dagen. De akten werden goedgekeurd. De voorlopige agenda werd aangenomen. Dat was het einde van het formele gedeelte.
Vervolgens vertelde de Magister
dat er een aantal mensen was uitgenodigd om zonder stemrecht maar wel
spreekrecht aanwezig te zijn, o.a. zes socii en verder 2 Monialen, 2
zusters en een medewerkerbroeder en twee leken.
Om 15.30 wordt het Verslag van de laatste drie jaar door de Magister aangeboden en daarna zal er in verschillende groepen: 3 Franssprekende, drie Spaanssprekende en 4 Engelssprekende groepen over gesproken worden. Zodra dit verslag aanvaard is zal een Nederlandse niet-geautoriseerde vertaling beschikbaar zijn. Deze is door mij, Antoon Boks, gemaakt, maar er is wel naar het Nederlands gekeken door iemand die daar verstand van heeft.
De magister eindigde zijn Verslag met het maken van een venia om vergiffenis te vragen voor al zijn fouten en tekortkomingen. Dat deed hij onder een applaus van dankbaarheid van de kant van de leden van het Kapittel.
Om 17.10 kwamen we na een korte pauze bijeen in drie Franssprekende groepen, drie Spaanssprekende groepen en vier Engelssprekende groepen. Om 18. 15 kwamen we weer in de grote zaal met allen bij elkaar en kregen we van iedere groep een verslag van vijf minuten.
Om half acht baden we de Vespers en om acht uur hadden we het avondmaal.
Morgenochtend spreken we na het morgengebed met Eucharistieviering en
ontbijt weer in dezelfde taalgroepen over wat we belangrijk vinden dat
het Kapittel bespreekt in de komende dagen.
3 september
Over de dag van vandaag kan ik heel kort zijn. Timothy
Radcliffe kwam met de volgende woorden: we mogen ons gelukkig prijzen,
dat we over zoveel zeer goede mensen kunnen praten die als kandidaten
zijn voorgesteld. Daaruit mogen we afleiden dat we veel mogen
verwachten van de persoon die gekozen gaat worden.
We hebben het in meerdere samenstellingen gedaan. In taalgroepen, in de
commissies waar iedereen bij hoort. Dat betekende soms wel, dat we voor
en na een pauze naar een andere zaal moesten gaan om in een andere taal
te spreken. Bovendien is het Engels en het Spaans om maar niet te
spreken van het Frans soms erg moeilijk te verstaan. Zo heb ik zelf
gevraagd of er negen kandidaten moesten zijn, maar toen bleek, dat er
namen van kandidaten moesten worden opgegeven.
“Nine” en “names”wordt soms
bijna hetzelfde uitgesproken. Dat zal wel aan mijn oren gelegen
hebben.
Morgen wordt het weer een dag spreken over de kandidaten, maar er is
ook een Boeteviering en een tijd, dat we extra kunnen bidden voor de
toekomst van de Orde onder leiding van een goede nieuwe Magister.
4 september
Vanaf 9.00 uur in de morgen tot kwart over een in de middag met een pauze van 10 minuten hebben we gesproken over kandidaten voor de keuze van een nieuwe Magister.
Zoals
ik gisteren al zei: “Namen noemen we niet”, maar ik
durf
wel te zeggen, dat ze in drie continenten geboren zijn en in vijf
continenten gewerkt hebben. Heel verschillende mensen, maar van
allemaal werd getuigd hoe veel hart ze hebben voor onze Orde en voor
alle mensen die de Kerk vormen.
Na het eten was er een pauze en vervolgden we onze beraadslagingen. Goede kwaliteiten hebben ze allemaal. Om kwart over vier in de middag was er een biechtviering met de mogelijkheid om zelf iemand uit te kiezen om persoonlijk bij te biechten. Daarna was er uitstelling van het Allerheiligste en aanbidding. Om half acht baden we zoals iedere dag Vespers en aansluitend om acht uur was er het avondmaal.
Morgen is de dag waarop de Magister gekozen zal worden. Zoals gewoonlijk om 7.00 morgengebed met Eucharistieviering. Om negen uur begint de keuze. Als er iemand gekozen is en hij het aanvaard heeft, gaan we naar de kerk, (niet de kapel die we verder gebruiken). Daarna wordt de Paus via het Staatssecretariaat op de hoogte gebracht en wordt de naam van de Magister bekend gemaakt. Hoe laat dat is, weet ik niet, maar we rekenen op vóór 13.00 uur.
7 september
Vandaag hadden we weer commissievergaderingen en een
algemene
vergadering om te zorgen, dat iedereen weet waar het over gaat, dat is
de oogst van vandaag.
In de
commissie over de financiën moeten we al beginnen na te
denken waar het volgende Generale Kapittel zal worden gehouden.
Bovendien moeten we rekening houden met het feit, dat we vanmiddag met
alle commissies in de aula bijeen komen.
We moeten kijken naar de verzoeken die naar onze commissie zijn
doorgestuurd. Morgen om 11 uur komt de voorzitter van de
studiecommissie met ons praten. Charles Morerod is de president van het
Angelicum. Wat willen we in de gezamenlijke proloog hebben. Op
vrijdagmiddag krijgt de Syndicus van de Orde een uur de tijd om het een
en ander te vertellen door middel van een Powerpoint-presentatie waarna
er gedurende dertig minuten vragen gesteld kunnen worden.
Het bijzondere is, dat we van alle provincies vragen om een
professionele boekhouding te hebben, maar dat is niet het geval op het
niveau van de hele Orde. Weer een keer zullen we kijken naar de
bijdrage van iedere provincie, want er zijn natuurlijk grote
verschillen. Het is voorgekomen, dat de bijdrage van een provincie van
€ 3.000 omhoog ging naar € 30.000, omdat er een
schemerige boekhouding was gebruikt. In vier verschillende groepen
hebben we gekeken naar de tekst die in Bogota is geschreven. Moet die
aangepast worden of moet die weggelaten worden?
Stel je voor: over het geven van lessen in de opleiding zodat iedereen
iets weer van economie en boekhouden zijn op de volgende Kapittels
andere teksten geschreven. Avila in 1986, Bologna in 1998, Mexico in
2001, Krakau in 2004, Bogota in 2007, en nu moeten wij weer wat zeggen.
Soms werd er gevraagd en andere keer werd er bevolen, weer een keer
werden de mensen aangespoord en steeds weer andere teksten en nog
steeds zijn er vele Dominicanen, die zeggen daar heb ik geen kaas van
gegeten. Da moeten andere mensen maar doen.
Er zijn tien groepen:
Studie in het Frans, vorming in het Engels, financiën in
Spaans en Engels, bestuur in het Frans, bestuur in het Engels, de
constituties in het Frans en Engels, maar bijna altijd in het Engels,
preken in het Spaans, preken in het Engels, het volgen van Jezus in het
Frans, het volgen van Jezus in het Spaans. Morgen zal ik op verzoek van
de socius voor Noord West Europa en Canada praten met de voorzitter van
de Engelse groep die spreekt over ‘besturen’ wat er
gedaan kan worden in het Caribische gebied. Dat gebeurt onder het
drinken van een kop koffie of een beker vruchtensap.
8 september
Vanmorgen hebben we de Eucharistie gevierd onder het morgengebed met Ben Vocking als voorganger en de provinciaal van Portugal als predikant. De derde concelebrant was de Provinciaal van Zuid Italië. Hier en daar gebruikte Ben de manier van vieren van Puerto Rico, die gelijk is aan die van Latijns Amerika. De preek was een rustige overweging vanwege de geboorte van Maria, die we vierden.
Binnenkort gaan we beginnen met de verslagen van de verschillende commissie, maar zover is het nog niet. Vandaag hadden wij in de financiële commissie de eer om de rector magnificus van de Pauselijke Universiteit St. Thomas van Aquino te ontvangen. Daarbij moet je wel bedenken, dat er in Rome 20 theologische faculteiten zijn. In 1196 waren er 900 studenten aan het Angelicum, wat een andere naam is voor hetzelfde. Nu zijn er 1300. De jezuïeten zijn terug gegaan van 3500 naar 2500. Sinds de komst van de oude Provinciaal van Noord Italië is de administratie een heel stuk beter geworden, maar het is nog wel zo, dat als we niet heel snel iets doen het dak van het Angelicum naar beneden komt. E hebben appartementen rond het Angelicum nu verhuurd en een winkel, die al tien jaar geen huur had betaald via de rechter weg kunnen krijgen, zodat er weer wat geld binnen gaat komen. De grote zaal kan 1200 mensen bevatten, maar dan moet er wel airconditioning zijn minstens ook in de cabines, waar de vertalers zitten. De bibliotheek is sinds 1930 hetzelfde gebleven, wel ijn er meer boeken in de bibliotheek gekomen. Onder het dak zijn leskamers en slaapkamers, maar gelukkig viel er laatst een stuk van het dak alleen op een computer. Die was kapot, maar had onze confrater er gezeten, dan was hij echt dood geweest. De voorzitter van het Internationale Dominicaanse Fonds kwam ook. Dat is echt een heel erg Amerikaanse manier van geld zoeken. Soms is het echt dat we praten over heel veel geld, maar dat proberen we ook van andere mensen te krijgen.
In de middag gingen we verder met het praten over subsidies aan
verschillende groepen mensen. Daarbij moeten we elkaar wel steeds
vertellen, dat niet alles zo goed geregeld is als in Nederland. De
ziekteverzekering voor een Amerikaan is heel wat duurder dan wat wij
daarvoor betalen om maar niet te praten over wat een confrater via de
syndicus moet betalen, als hij oud is geworden en verzorging nodig
heeft.
Goed we hebben he een en ander geschoven met de gelden, zodat het
budget voor de Orde, dat betaald moet worden door de verschillende
Provincies enz. min of meer hetzelfde blijft. Dat zal de een wat meer
gelukkiger maken dan de ander, maar ja, we kunnen niet iedereen
gelukkig maken. 
Wel zie ik iedere keer ook weer de verschillen tussen de verschillende Provincies. Soms is het zoiets als iemand die jarenlang geen belasting heeft betaald en nu maar de helft hoeft te betalen, want de rest wordt kwijt gescholden. Als je netjes ieder jaar betaald, dat krijg je natuurlijk geen vermindering, maar ja, dat komt in nette landen als Nederland ook voor.
We hebben heel wat op papier, maar vooral opgeslagen in de verschillende computers. Het is wel een beetje raar, dat we soms met elkaar communiceren, omdat we elkaar e-mails sturen en dan wonnen we naast elkaar, maar dan heb je in iedere geval de tekst op een manier, dat je er ook nog hete een en ander aan kunt veranderen.
Vanmorgen heb ik aan de Provinciaal van Californië het een en ander uitgelegd over de eilanden in het Caribische gebied. Vanavond aan tafel heb ik aan een aantal anderen hetzelfde gedaan, want ze weten soms wel het een en ander van de wereld, maar het is toch wel moeilijk om de kaart van de atlas ook te lezen. Jullie weten natuurlijk ook allemaal, dat de grootste staat van de V.S. Alaska is, maar niet iedereen weet dat, omdat in de atlas die staat steeds op een veel grotere (of kleinere) schaal wordt getoond en dan lijkt het net alsof die kleiner is. Goed jullie weten weer het een en ander. Ik groet jullie allemaal en hoop, dat er morgen weer het een en ander verteld kan worden.
10 september 2010.
Ja hoor, vandaag is het dan echt begonnen: het stemmen over teksten. Als eerste werd gesproken en gestemd over de vorming en opleiding van nieuwe Dominicaanse Predikers. Bij die stemming is het wel een beetje moeilijk om Dominicanen zover te krijgen, dat ze weten, wat ze moeten doen.
Er
kan op dit moment niet gestemd worden dat iemand ‘voor is met
een
verandering’, maar ja dat kun je vier of vijf keer zeggen en
dan
nog stemmen wel vier mensen op die manier.
Als iemand een goede vertaling weet voor het Engelse
“formator” en “formation”, dan
houd ik me
aanbevolen, want je krijgt dingen als vormingshuizen
vormingsgemeenschappen, mensen die vorming geven, mensen die gevormd
worden. Ik weet natuurlijk ook wel dat je het steeds kunt omschrijven
maar het valt niet mee, om het in nette Nederlandse zinnen uit te
drukken.
Van de andere kant, laten we eerlijk zijn, soms wordt over een woord wel een aantal minuten gesproken.
Het voorstel van de commissie over de vorming begint als
volgt:
“De
vorming of opleiding
1. Een Dominicaanse prediker worden is het doel van onze vorming. Uitstekend Dominicaans preken moet het creatieve uitgangspunt zijn van al de andere aspecten van menselijke, geestelijke, intellectuele en pastorale vorming. Samen ijverig bezig zijn met de vruchten van het beschouwen van het woord van God zorgt voor een omgeving waarin we allemaal groeien als predikers: een cultuur van gezonden zijn.
2. Kijkend naar de vorming van een Dominicaanse prediker beslissen we dat vormers en hun vormingsgroep de akten van Krakau over roeping en vorming (hoofdstuk 5) moeten lezen en in praktijk brengen en ook de brief aan een vormer van Bogota (hoofdstuk 5). De broeders van Bogota volgend moedigen we hen aan om “meer te weten te komen over de rijkdom aan teksten over roeping en vorming” (Bogota 197).
3. We zijn blij met
het goede werk
dat gedaan wordt bij het vormen van Dominicaanse predikers op allerlei
niveaus. We willen nu een aantal manieren aangeven om het werk van de
Kapittels van Krakau en Bogota te vervolmaken.”
Nu zijn er hier mensen, die al heel erg vaak op Generale Kapittels zijn en dat zijn niet alleen provinciaals of diffinitoren, maar ook vertalers.
Zo sprak ik vandaag een zuster die ik herkende van een
foto
van Providence.
Daar was ik natuurlijk nooit, maar zij wel. Ze was ook
in Bologna geweest. Ze is nu nog niet zo oud, dus ze moet wel heel erg
jong geweest zijn, toen ze voor de eerste keer op een Kapittel was. Van
de twee Dominicaanse leken is er een van een onbestemde leeftijd, maar
de ander is heel wat jonger. Zij is van de Ukraine, maar
hoogstwaarschijnlijk niet zo jong. Toch heeft ze gestudeerd in Rome, is
als Dominicaanse vrijwilligster in Argentinië geweest en is nu
uitgenodigd om dit Kapittel mee te maken.
Zo komen we allerlei mensen tegen.
Vanmorgen hadden we dan eindelijk iets anders in de liturgie. Bij gebrek aan een tamtam werd er in de handen geklapt en we zongen in een taal die ik niet versta; ik weet zelfs niet hoe die taal heet, maar het is een van de vele talen uit Ghana en als ik praat over vele, dan bedoel ik honderden. Het gaat op de volgende manier: “Bra Jesus ho! Sesei”. Dat betekent zoals jullie weten: “Kom Jezus. Nu.” “Obeye wo nkwa! Sesei.” Dat betekent: “Hij wil je redden, nu”. “Aseda nka. Nyame”. Dat betekent: “Eer aan U. God Almachtig!” Goed ik zal het hele gezang hier niet opschrijven, want er waren zeven coupletten en bepaalde stukken zongen we zoals het moet drie keer.
14 september
Laat ik vandaag beginnen met een heel belangrijke tekst. Vele mensen kennen de Zusters van Bethlehem. Al lang geleden hadden ze afgesproken om na de dood van de laatste zuster al hun geldelijke bezittingen aan de Magister van de Orde te geven. Hun klooster is intussen al een hospice geworden. Enkele jaren geleden werd besloten om niet te wachten tot de laatste zuster overleden was, maar om dit al tijdens haar leven te doen. Daarom is in de afgelopen jaren geld overgemaakt aan de Magister. Het Algemene Kapittel van de Orde heeft nu besloten om in de tekst die gaat over financiën de volgende dankbetuiging op te nemen:
We danken allen die hebben bij gedragen aan het opbouwen van het Solidariteitsfonds van de Orde en speciaal de Dominicaanse Stichting van de Zusters van Bethlehem in Nederland. 122 van de 127 stemgerechtigden stemden voor.
Vanmiddag is ook erkenning en dankbaarheid betoond aan Edward Schillebeeckx. Ik heb nog niet de precieze tekst, maar die gaat er ongeveer zo uitzien:
We erkennen dankbaar al wat Edward Schillebeeckx (1914 – 2009) door zijn theologische werk, zijn nadenken en zijn onderzoek heeft gegeven aan de Orde, de Kerk en aan vele mensen en we sporen nieuwe generaties van Dominicanen aan om zijn werken te bestuderen en te leren kennen.
Hierbij stemden 100 van de 127 stemgerechtigden
voor.
In het stuk over de studie werd verteld, dat Thomas een echte
Kerkleraar was geweest, ook al waren en tijdens zijn leven en ook na
zijn dood wel een aantal mensen, die hem niet rechtzinnig in de leer
vonden. Daarna werd er ook zoiets gezegd van Lagrange en werd er
gevraagd dat zijn zaligverklaringproces bespoedigd zou worden. Van onze
kant werd toen gevraagd, of het ook zo kon zijn, dat als mensen werden
aangevallen door bisschoppen de Orde dan misschien een commissie kon
instellen om de confrater te helpen.
We kregen om half een bezoek van verschillende Dominicaanse prelaten.
Een van hen was de Dominicaanse kardinaal Cottier. Hij doceerde
theologie in Genève en Fribourg. In 2003 wordt hij
kardinaal-diaken gecreëerd door paus Johannes Paulus II. Zijn
titelkerk in Rome is de kerk bij het Angelicum St. Dominicus en Sixtus.
De ander was Joseph Augustine Di Noia, lid van de Romeinse Curie en nu
secretaris van de Congregatie voor de Liturgie en de Sacramenten. De
derde was Jean-Louis Bruguès, die nu secretaris is van de
Congregatie van de Katholieke scholen en universiteiten. En de laatste
was de theoloog van de Paus Wojciech Gertych. Onze Magister ontving ze
en ze brachten zelf ook het een en ander naar voren.
Zo hadden we een heel genoeglijke dag, waarin we ook nog heel lang
verder spraken over de studie. En we hebben zeer vele malen gestemd,
want ieder voorstel werd afzonderlijk in stemming gebracht.
16 september 2010
Voor de zekerheid: het volgende Generale Kapittel zal
gehouden
worden in Kroatië. Waar precies is nog niet duidelijk. Het kan
in
Dubrovnik zijn, maar ook in Ciovo of Trogir.
Vanmorgen spraken we over bestuur.
Het is de bedoeling, dat in 2016, maar dan moet het Generale Kapittel
van diffinitoren in 2013 en het Generale Kapittel van Provinciaals in
2016 daarmee instemmen alleen nog maar Provincies en Vice-Provincies
bestaan. Daar kunnen dan Provinciale Vicariaten aan vast zitten.
Vanmiddag
spraken we over het voorwoord. Dat moet je natuurlijk als laatste
schrijven, maar in feite zijn alle teksten min of meer klaar, alleen er
is nog niet over alles gestemd. Dat stemmen gaat voorlopig door tot en
met maandag. Dat geldt ook voor dit voorwoord.
Omdat Ben vanavond een gesprek had met de Vicaris Generaal van Zuid
Afrika en met de Provinciaal van India over een mogelijke vestiging in
Zambia, waarbij misschien wat geld uit de richting van de Nederlandse
provincie zou moeten komen, krijgen jullie verder niet zoveel te horen.
Als ik vanmorgen een fototoestel had gehad, dan had ik jullie een foto
gestuurd van de houding van alle confraters toen ze het onze Vader in
het Engels baden.
Ik denk dat onze prior in Huissen heel erg verdrietig zou zijn geweest.
Sommigen stonden er bij alsof er “Handen Omhoog”
door
politieagenten was geroepen en ze daarom met hun handen in de lucht
stonden. Anderen maakten afwerende gebaren, maar ja… niet
iedereen heeft een goede opleiding gehad.
Ik weet dat ik eigenlijk meer zou moeten vertellen, maar echt het is al
zo laat en morgenochten loopt mijn wekker, die ik vergeten heb al om
kwart over zes af. Tenslotte is he morgengebed met daarin de
Eucharistieviering morgenochtend om zeven uur.
Dan zullen we ook bidden voor Peter die ingekleed wordt en zijn
noviciaat begint.
Tot morgen.
17 september 2010.
Wat is er mooier dan op de dag dat vele Nederlandse
Dominicanen ingekleed werden en waarop voor het eerst in een aantal
jaren weer iemand het habijt
ontvangt
te praten over prediking? Wel, dat hebben we gedaan vanaf 9.00 uur
vanmorgen tot 17.50 uur. En dan gaat het echt over hoe een dominicaan
geleerd wordt om te preken, voor wie hij kan preken en dat zijn
natuurlijk oude en jonge mensen, waarbij ook gesproken is over het
beschermen van jonge en kwetsbare volwassen mensen tegen misbruik ook
door ons, waarbij door Timothy gezegd werd, dat in 1998 de provinciaal
van Ierland voor het eerst daarover sprak en toen iedereen zei:
“Wat erg voor die Ieren!” maar intussen weten we
dat er meer landen zijn, waar dit gebeurd is en helaas nog steeds
gebeurt. Al moet ik tot onze schande erkennen, dat er nog steeds
Dominicanen rond lopen, die durven te zeggen dat dit alleen voorkomt
bij anderen en dan bedoelen ze Noord West Europa en Noord Amerika.
Misschien gebeurt het in die landen helaas nog steeds, omdat er niet
over gesproken kan worden.
Ik herinner me ook dat in 1995 op het Algemeen Kapittel van Caleruega
gezegd werd door mensen uit Afrika en Latijns Amerika:
“Homoseksualiteit bestaat bij ons niet”. Oud
magister Damian stond toen op en zei: “Er zijn uit die
gebieden mensen onder ons, die homoseksueel zijn”. Ik zelf
kende er drie, die dat zelf hadden verteld, want hoe moet je het anders
weten?
Verder met de tekst over de prediking: hoe moet je leren gebruik te
maken
van de nieuwste technologie? Tenslotte is het
internet er ook voor ons om op die manier te preken. Er zijn voldoende
voorbeelden van, al is het maar, dat in heel wat landen iedere dag iets
gelezen kan worden over dit Kapittel. Hoe kunnen de verschillende
‘entiteiten’ samen- werken? (Weer een vraag aan de
oplettende lezers: Is er iemand die voor dit mooie woord een
Nederlandse vertaling kan aandragen?) Verder werd geschreven en
gesproken over de Orde in Afrika, de samenwerking met de andere takken
van de Dominicaanse familie, waarbij ik moet aantekenen, dat er soms
wel heel erg gemakkelijk gesproken wordt dat er samen bijeenkomsten en
vergaderingen of retraites moeten worden georganiseerd en dan liefst
ook nog internationaal. Gelukkig kwamen een aantal mensen ook op het
goede idee, dat dit soort dingen ook gedaan kan worden via het
Internet, want er is bijna geen Dominicaan (bij wijze van spreken) die
geen toegang tot het internet heeft, al is het maar via een confrater
in een ander huis. Ook de zorg voor de schepping kwam ter sprake en de
dialoog tussen de verschillende godsdiensten of soms het gebrek aan die
dialoog ook vanwege het feit, dat sommige Evangelische christenen wel
heel erg raar met de werkelijkheid om springen.
Gerechtigheid en vrede werd niet overgeslagen en er kwam zelfs het
voorstel om over de financiële crisis te spreken, wat een
provinciaal deed opmerken op welke planeet de opstellers van die tekst
hadden gezeten, dat ze daar nog niet over gesproken hadden. Zo zie je
maar.
20 september
Vandaag begonnen we pas om half tien met de algemene
vergadering. Was
dat omdat morgen de herfst begint? Hier is het in ieder geval nog net
alsof het naar Nederlandse begrippen zomer is. Het ging wel over
allerlei hele belangrijke dingen, vooral ook voor mij persoonlijk, want
bij de vorming van onze novice is mij de zware taak te beurt gevallen
om te vertellen wat er allemaal in onze constituties staat. Wel er is
gelukkig weer wat veranderd.
Maar
het is toch niet zoveel, dat we er
echt rekening mee moeten houden. Het geeft wel aan hoe zorgvuldig we
omgaan met onze manier van leven.
De rest van de morgen werd gebruikt om in de verschillende commissies
nog een keer na te gaan of er echt niet iets vergeten was, al was het
maar een handtekening van alle commissieleden om te laten zien dat we
echt hadden gezegd, dat we over de teksten gediscussieerd hadden; in
onze commissie over de economische administratie of in gewoon
Nederlands de financiën waren we eensgezind: we hebben gepraat
tot we het eens waren met de tekst. Onze voorzitter, de provinciaal van
Ierland, had dat drie jaar geleden wel anders meegemaakt. Deze keer
ging het volgens hem volmaakt.
In de middag kwamen we samen om die allerlaatste voorstellen te
behandelen.
We hebben gesproken weer over de Constituties.
Ook dat gaat in de
toekomst veranderen. De bedoeling is dat die ook op het internet gaan
verschijnen met duidelijk welke teksten echt bij de Constituties horen
en welke wel uitgevoerd moeten worden, maar nog geen Constituties zijn
of het misschien zelfs nooit worden.
Bij het behandelen van hoe onze Orde bestuurd wordt, werd een grote
verandering voorgesteld. In de toekomst, maar dan praat ik over 2016
als de komende Generale Kapittels meewerken, zullen er alleen nog
Provincies en Vice-Provincies zijn als zelfstandige eenheden en daarbij
zullen er provinciale vicariaten zijn met als de eenheid nog kleiner
is: kloosters of huizen buiten het gebied van een Provincie of
Vice-Provincie. Daardoor moet alvast nagedacht gaan worden hoe het
verder gaat met Vicariaten Generaal en Regionale Vicariaten. Dat schept
omdat het nieuw is heel wat stof om over na te denken. Maar daar hebben
we dan in ieder geval zes jaar voor. Vanavond laat, nou ja om half tien
wordt er gesproken over Irak en Pakistan. En dan morgen de laatste
morgen, die begint met een Eucharistieviering waarin de Magister
voorgaat. Daarna zal het Kapittel worden afgesloten.
Als alles goed gaat worden Ben en ik met een bus of busje omstreeks
14.00 uur naar het vliegveld gebracht. We hebben onze plaats al
gereserveerd. Morgenavond hopen we te landen op Nederlandse bodem en
dan weer te kunnen slapen in een vertrouwde omgeving.




Tenslotte
Ik wil hier mijn grote
dank uitspreken jegens Antoon Boks, die iedere dag weer na drukke
energievretende vergader- bijeenkomsten in spaans of engels de moed
heeft weten op te brengen
zijn indrukken van het kapittel weer te geven. Zijn verhalen hebben
voor ons bewerkt, dat we ons er meer bij hebben betrokken gevoeld.
Paul Minke
