Dominicanen
Het voorland van de Dominicanen
De Dominicanen behoren tot de oudste apostolische orden
en zijn voort- gekomen uit de traditie van monniken (mannen) en
monialen
(vrouwen). Deze monniken wonen levenslang op een vaste plek (abdij).
Hun
voornaamste taak is de behartiging van het Opus Dei, het werk Gods. Dat
bestaat uit gebed en meditatie. Ze bidden samen in het koorgebed en
doen dat zingend zeven maal per dag (de getijden). Ze leiden een
beschouwend leven.
Dominicanen
De ontwikkelingen in het Europa van de twaalfde en
dertiende eeuw vroegen om nieuwe initiatieven van de religieuzen. Een
daarvan was aandacht voor de verkondiging. Daarom stichtte Dominicus in
1216 de orde van predikbroeders. Ze leven in gemeenschap, naar de
wereld toegekeerd.
Het bidden
van de getijden werd ingekort door niet alles te zingen maar te
reciteren, want er is tijd nodig voor studie. Bovendien moeten de
Dominicanen erop uit trekken om te preken. Ze verlaten regelmatig hun
klooster en zijn ook niet aan één gemeenschap
gebonden zoals de monniken. De basis van hun werk is het religieuze
leven. Hun werkterrein bestaat uit studie en verkondiging.
Basis van hun spiritualiteit
‘Contemplare et contemplata aliis
tradere’. Dit motto is de dominicanen dierbaar, en betekent
‘schouwen en wat beschouwd wordt aan anderen
meedelen’. Het schouwen is voortgekomen uit de oude traditie
van de monniken en monialen. Maar Dominicus stelde deze schouwing in
dienst van een specifiek doel: de verkondiging naar buiten.
Schouwen
omvat meditatie én studie, waarbij de Schrift de
belangrijkste bron is. Verkondiging betreft natuurlijk het preken in
dienst van Gods volk in strikte zin, maar groeit in de loop van de tijd
uit tot lesgeven, schrijven en veel andere vormen. Kort samengevat
betekent dat:
mensen inzicht verschaffen in wat er werkelijk gebeurt.
Gebedshoudingen van Dominicus 3- knielen en staan

Dit afwisselende gebaar gaf aan het gebed van Dominicus
een extra dimensie. Het knielen, je kleiner maken voor de Allerhoogste,
is een eerbetoon. We kennen deze houding haast niet meer, omdat we al
moeite genoeg hebben ons staande te houden.
Maar de geknielde houding van Dominicus zou ons toch kunnen inspireren,
zeker als wij daarbij onze handen heffen om te kunnen ont- vangen.
Zonder te vragen krijgen we reeds leven; uit dankbaarheid daarvoor
knielen we. Het staan is bij alle grote godsdiensten de houding van
gebed. "Staan is al gebed", zegt de barman.
Maar ook de Sumeriers kenden dit gebaar om hun godheid te vereren. Ons
staan, met alleen onze twee voeten op de aarde, is alleen de mens
gegeven. Het is deze verticale houding waardoor wij verbonden zijn met
het Hogere. Wij zijn met onze voeten geaard, onze rug is recht, zodat
die de doorstroming kan doorgeven, van onze kruin tot onze tenen. Zo
staan we als 'oprechte' mensen die kracht ontvangen.
Dominicus

detail raam
