Leergang liturgie: deel een
Liturgie: de meest verheven tijdsverspilling?
Jaren geleden sprak professor Buitendijk met deze woorden over liturgie en eigenlijk is het wel een uitdagende vraagstelling. Tijd verspillen betekent dat je die zonder enig nuttig resultaat doorbrengt. Je voert eigenlijk niets uit, de dagen glijden door je hand zonder dat je het in de gaten hebt. Je spreekt van verspilling als je beseft dat je eigenlijk heel nuttige dingen had kunnen doen, dat je iets gepresteerd of betekend had, maar dat je het aan je voorbij liet gaan.
Gedenken
In liturgie gaat het om de binnenkant van ons leven, zou je kunnen zeggen. Wij luisteren naar de verhalen en profetische woorden uit de Bijbel in de hoop dat het geen verre woorden blijven uit een oud verleden, maar dat de woorden zó dichtbij komen dat wij tot de bevinding komen dat het in al die teksten uiteindelijk om onszelf gaat, om de mens op aarde. Daarvoor moet je natuurlijk eerst tot stilte komen zodat wij tot waarachtig luisteren in staat zijn. In de verhalen gedenken wij mensen die zich, net als wij, geplaatst wisten voor vragen die met de zin van ons leven samenhangen, maar er is meer. In het Hebreeuws heeft het woord ‘gedenken’ een hele waaier van betekenissen, die ik met drie belangrijke woorden zou kunnen aanduiden. Het gaat daarbij om inroepen in de zin van je te binnen brengen, om aanroepen, in de betekenis van lofprijzing en gebed, en tenslotte om uitroepen, verkondigen.
Een drieslag
Het diepste geheim het gedenken is niet dat het om een
activiteit van ons gaat, zoals boven beschreven, maar dat er aan het
gedenken een belangrijk besef ten grondslag ligt. Dat is het besef dat
de Eeuwige zijn mensen gedenkt!
Dat is de grondtoon van de Schriften en ons
‘inroepen’, áanroepen’ en
‘uitroepen’ wordt telkens opnieuw geboren uit dat
grondbesef.
In die zin is liturgie vieren een antwoord geven op het roepen van God,
zoals het geschreven staat in het eerste boek van de Bijbel:
‘mens, waar ben je?’ Daartoe openen wij de Bijbel
om te horen, wij laten het woord tot ons doordringen en geven in ons
gebed een antwoord. Deze drieslag, woord, overdenking en gebed, zijn de
grondelementen van alle liturgie en zij kenmerken ons vieren als een
‘in gesprek zijn’ met de Bron van ons leven.
deel drie
Psalmen
Niet alleen door het Woord van de Bijbel voor te lezen en te beluisteren, komt de werkzaamheid en de aanwezigheid van de levende ons tegemoet en komende wij in aanraking met de doorleefde ervaring van mensen. Er is nog een andere manier om er ons voor open te stellen en dat is in het je ‘te binnen zingen’ ervan. Vanouds gebeurt dit in de geloofsgemeenschap door het reciteren van de Psalmen. Deze 150 liederen bevinden zich in het midden van de bijbel en vormen er het biddende hart van. Er staan lofliederen, smeekbeden, verhalende liederen, klaagzangen en dankliederen in dit Bijbelboek. In al die liederen horen wij gelovige ervaringen van mensen opklinken en door die door ons heen te laten gaan, kunnen wij gaandeweg gelijke ervaringen in ons eigen leven op het spoor komen.
De antwoordpsalm
Voor de liturgie op de zondagen is er voorzien in een antwoordpsalm na de eerste lezing. Heel zorgvuldig is deze uitgezocht – zij het dat het een gedeelte van een psalm is - en zij mediteert verder op de lezing die wij gehoord hebben. Zij zingt bij wijze van spreken het gehoorde naar binnen zodat de betekenis van de gehoorde lezing dieper tot ons kan doordringen. Zingend gaat dat beter dan sprekend en daarom bevat de bundel Gezangen voor Liturgie een uitgebreid aanbod.
Vespers zingen
Kloosterlingen zingen of reciteren de Psalmen dagelijks.
Zij
zijn voedsel voor hun ziel want – zoals Dietrich Bonhoeffer
ooit
opmerkte – je zingt van de oude Adam naar de nieuwe Adam.
Alle
menselijke emoties komen er aan bod en zij louteren en vernieuwen ons
naar het beeld van de Messias Jezus.
Het is de moeite waard om eens na te denken over een vesperdienst
wanneer er geen Eucharistie gevierd kan worden, bijvoorbeeld op
zaterdagavond. Die bestaat dan uit een opening, een lied of hymne voor
de tijd van het jaar, twee psalmen, de evangelielezing van de zondag,
gevolgd door meditatieve stilte, orgelspel of een korte meditatie.
Daarna volgt de lofzang van Maria en enkele voorbeden en als besluit
een lofprijzing.
Ook voor een avondwake voor een overledene zou daaraan gedacht kunnen
worden. Het is een vorm van liturgie vieren die biddend en meditatief
van aard is en waarvoor een kleine groep voorzangers nodig is. Het
dominicanenklooster in Huissen is bereid om daar de nodige hulp en
materialen aan te reiken!
deel vijf
Het karakter van de openingsritus
De verbinding maken
Op een liturgische training gaf ik eens aan voorgangers
de opdracht om een openingswoord te maken, vanuit de lezingen die er op
die dag aangereikt werden in het Lectionarium.
Toen zij daarmee klaar waren hoorden wij hen heel verschillende dingen
zeggen over de te vieren liturgie.
Er waren mensen die spraken over ‘wat wij vandaag zullen
horen’, of ‘wat de lezingen ons leren’,
‘waar wij over zullen nadenken’, terwijl er ook bij
waren die al een gedeelte van hun preek in hun openingswoord verwerkt
hadden.
In mijn reactie erop zei ik dat het openingswoord in zekere zin
‘verraadt’wat de voorganger zelf voor een idee
heeft over de komende viering: is het een leermoment, een exegetische
uiteenzetting, een morele oproep of wat wij er allemaal voor
kwalificaties aan kunnen geven.
In de
openingsritus van een viering gaat het om twee dingen: enerzijds de
overgang mogelijk maken van het leven van alledag naar het moment van
vieren en aan de andere kant binnenleiden in de liturgie die gevierd
gaat worden.
Het lijkt me goed om over die twee lijnen wat na te denken.
Van buiten naar binnen
Hoe maak je op een goede manier de overgang van de
werkelijkheid van het moment naar het vieren hier en nu? Het zal
duidelijk zijn dat de omstandigheden waarin mensen individueel en
gezamenlijk verkeren, altijd een rol spelen. Wij komen naar de liturgie
vanuit een gezinssituatie, zorgen en verlangens in ons eigen hart, ons
werk met zijn problemen of met in ons hoofd dat wat wij net in het
journaal hebben gehoord.
Verschillende
mogelijkheden
Het is duidelijk, zeker in het laatste geval, dat een vermelding ervan
niet achterwege kan blijven of minstens dat de voorganger laat blijken
dat dit het geval is. Dus komt het erop aan zulke woorden te gebruiken
dat mensen zich daarin kunnen herkennen.
Misschien dat een goed gekozen openingslied een paar regels bevat die
ons daarbij behulpzaam kunnen zijn. In een viering waarin wij ter
opening gezongen hadden ‘Hoort hoe God met mensen
omgaat’ op een dag dat er een aardbeving had plaatsgevonden
en heel veel mensen in een hopeloze situatie verkeerden, maakte ik toen
de volgende opmerking: ‘soms vraag je je vertwijfeld af
òf God wel met mensen omgaat’, om van daaruit te
verwijzen naar een enkel woord uit het Evangelie dat ons misschien hoop
zou geven.
Er is nog een andere mogelijkheid om dat wat de gedachten van veel
mensen op zo’n moment bepaalt in zekere zin te filteren en
onder woorden te brengen. Wanneer er bijvoorbeeld een litanie gebeden
wordt met een Kyrie eleison als acclamatie, dan zou er gekozen kunnen
worden voor teksten zoals Wim van der Zee gepubliceerd heeft in zijn
boek “In het huis van de Levende’. Voor alle tijden
van het jaar geeft hij daar prachtige voorbeelden.
In de tijd van de herfst heet het daar:
Vanwege alle sporen
van verwoesting en alle duivelse
wapens,
alle kampen en gevangenissen en alle helse martelingen,
roepen wij om erbarmen:
Vanwege alles wat sterft om ons heen en in ons hart,
alle kwellende pijnen en alle bittere tranen,
roepen wij om erbarmen:
Vanwege de liefde die ons gegeven werd
en de trouw die ons beloofd is
want eenmaal gegeven blijft gegeven
en beloofd is beloofd,
roepen wij om erbarmen:
Vanwege ons verlangen naar Gods bevrijdend licht
bidden wij in stilte om Zijn aanwezigheid
Natuurlijk zijn er in de teksten van Huub Oosterhuis heel geschikte voorbeelden te vinden die ons kunnen helpen om dat wat er in en om ons heen gebeurt in algemene zin te laten meeklinken in een openingslitanie, welke dan afgesloten wordt met het gebed van de zondag of het openingsgebed.
Deel 7: Heel-makende Lturgie
Inleiding
Als er een kind geboren wordt, zijn de ouders misschien
niet
eens zo zeer benieuwd of het een jongen of een meisje is dan wel of het
gezond is. Vandaar de routine-behandeling van de huisdokter of
vroedvrouw waarmee zij de reflexen van de pasgeborene controleren.
Immers, of het kind nu mooi of lelijk is, staat in geen enkele
verhouding tot dat allerbelangrijkste: of het gezond en heel is!
Nu wij al bijna vijftig jaar de liturgie in onze eigen taal kunnen
vieren, vraag ik mij af of we bij de geboorte ervan wel gecontroleerd
hebben of er alles op en aan zat. Want bekijken wij de vernieuwde
liturgie, zoals die op veel plaatsen gevierd wordt, dan zou je soms de
indruk krijgen - om de vergelijking met een pasgeboren kind aan te
houden - dat er vooral een sprekend hoofd ter wereld werd gebracht.
Anders gezegd: na al die tijd heeft het kind minstens een waterhoofd
gekregen.
Een hele liturgie
Ik wil hier wat gedachten naar voren brengen die te
maken
hebben met een liturgie welke niet alleen door woorden gekenmerkt
wordt, maar waarin evenzeer andere zintuiglijke ervaringen aangesproken
worden.
Bij geloven gaat het om ‘heil’, zeggen wij vanouds.
Wat wil
dat anders zeggen dan heling, een hele mens te worden, iemand uit
één stuk? Wij vertrouwen erop dat de
verbondenheid met
God ons zulke mensen zal maken. Een liturgie die de verbondenheid met
God wil bewaren en vieren, zal zo een gebeuren moeten zijn waarin wij
geheel en al aangesproken worden op dat diepste niveau van ons bestaan.
Het gaat om de heelwording van levende mensen die horen, zien, ruiken,
proeven en tasten, om mensen van vlees en bloed!
Horen
De streling van het oor is een buitengewoon goede zaak
en
werkt rustgevend en helend op een mens, maar tegelijkertijd moet je
toch zeggen dat het om meer gaat dan de muziek. Er zijn woorden die
zingend willen klinken en bezit willen nemen van ons. Wanneer woorden
en muziek met elkaar in harmonie zijn, is de kans groot dat de woorden
in ons kunnen 'zakken', ons hart kunnen gaan aanspreken. Het gaat om
woorden die ons gelovig vertrouwen willen voeden en dan is 'sfeer'
alleen niet genoeg!
Zo is het ook met het woord dat tot ons klinkt uit de Bijbel: het gaat
daarbij niet om een zakelijke mededeling, maar om datgene wat door en
achter de woorden ons hart wil aanspreken!
Er is een houding van stille ontvankelijkheid nodig om dat wat er
klinkt verder te laten komen dan het hoofd alleen of een muzikale
emotie, het gaat om datgene wat al luisterend ons diepste wezen
aanspreekt!
Het luiden van klokken zou een signaal kunnen zijn om weer een
luisterend mens te worden, een stuk instrumentale muziek kan evenzeer
de bodem in ons vrijmaken om echte hoorders te worden.
Een liturgie waar zorgvuldig omgegaan wordt met wat er te horen is -
woorden van waarachtig leven - zal een plaats zijn waar een
verwachtingsvolle stilte hangt, van waaruit woorden klinken en naar hun
werkelijke bedoeling verstaan kunnen worden!
Zien
'Het oog wil ook wat', luidt het gezegde: dat mag zeker
gelden
voor de liturgie, want waar het gaat om de wezenlijke dingen van leven
moet rekening gehouden worden met de binnen- en buitenkant van de mens.
Wij kunnen ons pas ergens thuis voelen als een ruimte ons rust geeft,
een oriëntatiepunt waar wat te zien is, kleuren en symbolen.
Ieder
van ons schept zich in zijn eigen huis een leefbare ruimte om zich heen
waarin je jezelf kunt zijn. Als er een feest te vieren is, dekken wij
de tafel net even anders dan normaal of zorgen wij voor bloemen of
versiering.
Ruimtelijke indeling, kleuren en lichtval en de dingen - altaar,
lezenaar, doopvont enz. - zijn daar op elkaar afgestemd en op de mensen
die zich daar omheen verzamelen.
Vroeger was er wellicht te veel, vandaag aan de dag wellicht te weinig
te zien, maar dat ook onze ogen aan hun trekken moeten komen is
duidelijk. Juist het gevoel voor wat er in liturgie aan mensen zou
moeten gebeuren geeft ons een graadmeter voor wat wel of niet kan, maar
blijft belangrijk om op een of andere wijze te kunnen zien wat je hoort!
Vervolg
Ruiken
Geur is heel belangrijk voor ons: iemand met een slechte
adem mijden we liever, zo goed als iemand met een al te opdringerige
parfum.
Het heeft evenzeer te maken met je thuis voelen en waar liturgie een
huis wil zijn, een dak boven ons hoofd, zal daar de geur een rol
spelen.
De zalving
van dopelingen en zieken heeft zeker de symbolische waarde van 'in een
nieuw sfeer' te komen, namelijk de levenssfeer van Jezus. In de
oosterse kerk spreken wij dan ook bij van een sacrament,
een heilig teken dat ons indringend thuis wil brengen bij Diegene over
wie het woord gesproken heeft!
De frisheid van bloemen
die wij ruiken in een kerk kan ons op het spoor brengen van de
verfrissende kracht van Gods Aanwezigheid.
Als je ziet hoe in oosterse religies veel meer waarde wordt gehecht aan
geur, moet ons dat eigenlijk op het spoor brengen van het wezenlijke
gegeven dat wij ruikende mensen zijn.
Proeven
'Smaken verschillen': een uitdrukking om aan te geven
hoe verschillend mensen zijn, maar als je aan tafel hetzelfde eet en
het smaakt iedereen goed geeft dat best een gevoel van echt samenzijn!
Ook onze liturgie kent de waarde van de smaakzin. Allemaal hetzelfde
proeven geeft deelgenootschap. Bij ons is het proeven alleen aan de
orde bij de viering van de eucharistie en de doop. Dat moet dan ook
werkelijk kunnen gebeuren. Brood, in Jezus' naam aan ons geven moet
smaak hebben, evenals de wijn.
Tegenwoordig beleven wij in de eucharistie toch veel meer dat het wel
degelijk eten en drinken is. Maar laat er dan ook echt brood te proeven
zijn! In veel kerken hoor je van het gebruik van ongedesemd brood. Die
smaak is natuurlijk heel apart en kan ons ook de band in herinnering
roepen die er in het avondmaal aanwezig is met het eten van
Israël bij de uittocht uit Egypte. Een typische smaak aan het
brood zal betekenisvol kunnen zijn. Heel letterlijk en figuurlijk moet
liturgie ons voeden in de smaak voor het ware leven in Jezus'
voetspoor.
Tasten
Geloven is iets wat aan je lijf wil komen, wat geheel en
al deel van jou wil worden. We gebruiken in de liturgie onze zintuigen
om dit te kunnen beleven. Elkaar het goede wensen in het algemeen is
nog iets anders dan de mens die toevallig naast je zit vrede toe te
wensen.
Waar mensen elkaar aanraken tijdens een viering en daartoe aangespoord
door het woord van het evangelie kan beleefbaar worden dat wij voor
elkaars geluk aan elkaar gegeven worden, dat wij niet langs elkaar heen
moeten leven maar ons metterdaad solidair verklaren met anderen, of het
je vrienden zijn of niet.
Bij de doop wordt een kind al aan een ander dan de ouders in handen
gegeven, het wordt aangeraakt en in een goede reuk gezet, want het gaat
een andere en wijde wereld binnen dan alleen die van het gezin. Dat is
tekenend voor wat leven is!
Bij de zalving van de zieken ontvangt een mens de aanraking van de
gemeenschap: niemand is geroepen om alleen te blijven van de wieg tot
het graf. Liturgie wil ons dat leren, oefent het in en maakt het
beleefbaar.
Woorden en gebaren
Al de dingen waar wij over gesproken hebben zijn niet altijd direct verstaanbaar voor ons. Tekenen, symbolen vragen om een begeleidend woord. Nu rest ons een laatste opmerking over de aard van die woorden. Het mogen geen uitleggende woorden zijn, ze moeten aanduiden, verwijzen naar de werkelijkheid van God die in al deze zintuiglijke momenten zijn verbondenheid met mensen voelbaar wil maken. Gebaren zouden vergezeld moeten gaan van woorden uit Jezus' mond zodat zij ons in de levenssfeer en ruimte brengen van die ene mens die met God verbonden was en ons in dat verbond wil binnenvoeren. Geen woorden die verklaren, maar woorden die een verband leggen met de werkelijkheid van God voeren ons binnen in het verbond: dat wil liturgie zijn!
deel twee
Het Woord vieren
Alle liturgie vindt zijn vertrekpunt in het woord van de Bijbel. Dat is één van de belangrijkste leerpunten van het tweede Vaticaans Concilie. Er bestaat geen enkele viering zonder dat er uit de Bijbel gelezen wordt, want daarin worden de geloofservaringen van mensen doorgegeven opdat wij ze niet slechts zouden horen maar ook tot die ervaringen gebracht zouden worden. Het is in dit verband om te wijzen op de manier waarop in de Naardense Bijbel het begin van het Johannesevangelie wordt vertaald. Er staat ‘In het begin was er een spreken’ Het Woord is dus een aanduiding van een dynamisch gebeuren, van een aanspraak en een uitnodiging die ons van Godswege bereiken wil! Welnu voor die beweging naar ons toe stellen wij ons open in het begin van elke liturgie. Of het nu gaat om een Eucharistieviering, de sluiting van een huwelijk, een doop, ziekenzalving of begrafenis, altijd wordt het gebeuren gekleurd door de woorden van de Schrift die een licht willen laten schijnen over het gebeuren.
Het Woord laten klinken
Wanneer wij deze woorden laten klinken in ons midden,
moet dat dus gebeuren vanuit het besef dat er een ervaring van mensen
onder woorden wordt gebracht. De lector – man of vrouw
– zal daar bij de voorbereiding goed rekening mee moeten
houden. Het lezen is dus aan bepaalde regels gebonden en die zou je als
volgt kunnen aanduiden:
Heb je een duidelijk beeld van het verhaal of de tekst die je leest,
zie je het voor je? In de mate dat je het als lezer voor je ziet,
zullen ook de toehoorders een beeld ervan krijgen. Je zou dus kunnen
zeggen: weet je wat je leest? Vervolgens komt de vraag hóe
je het leest. Je moet je natuurlijk in-leven in een tekst maar nooit
met de instelling alsof die tekst van jou moet worden. Nee, het blijven
woorden van andere mensen die je met respect naar voren moet brengen en
dat niet op een ‘kerk-toon’ maar als een menselijke
overdracht.
Zo kan het woord dat wij horen ons op het spoor brengen van gelovige
ervaringen die wij wellicht ook uit ons eigen leven kennen.
deel vier
Gebed
Tot nu toe hebben wij aandacht gegeven aan de
liturgische grondstructuur en twee elementen nader bekeken die voor
liturgie van groot belang zijn: op de eerste plaats het Woord en
vervolgens het overwegen ervan in de antwoordpsalm.
Het derde moment in de drieslag is het antwoorden op het Woord en dat
is het gebed.
Structuur
Vanouds heeft het gebed een heel duidelijke structuur in de Joodse traditie en ook in die van de Christelijke liturgie. In het gebed antwoorden of reageren wij op dat wat wij gehoord hebben. Wij weten immers niet wie God in zichzelf is maar wel wat hij naar het getuigenis in de Bijbel aan mensen heeft gedaan, hoe Hij ervaren is in het leven van het volk Israël. Het ligt daarom voor de hand om de Levende aan te spreken op hoe Hij naam gemaakt heeft onder ons. In de traditie kennen wij dan ook als standaard begin van het liturgische gebed: ‘God, die…’.
Bijvoorbeeld:
‘God, die in het begin hemel en aarde geschapen hebt’ of
‘Gij die uw volk uit het slavenhuis naar de vrijheid hebt geleid’.
Op die manier gedenken wij, brengen wij ons zelf in
herinnering hoe de Levende door mensen ervaren is.
Op grond van dit gegeven hebben wij het vertrouwen om te vragen dat Hij
die bevrijdende werkzaamheid ook aan ons hier en nu tonen zal. Daarom
wordt er na de aanhef gebeden: ‘wij vragen U dat ook wij uw
bevrijdende kracht mogen ondervinden’.
Zo is in alle eenvoud en helderheid een gebedsstructuur voorhanden die
verstaanbaar en door de aanwezigen met een instemmend
‘Amen’ beantwoord kan worden.
Het zal duidelijk zijn dat de onderscheiden elementen van aanspreken,
herinnering en bede niet altijd precies in deze logische volgorde
achter elkaar moeten staan maar zij mogen niet ontbreken, wil het gebed
duidelijk, helder en verstaanbaar zijn.
Het vrije gebed
Niet alleen in het liturgische gebed, maar ook in een
vrije gebedsimprovisatie kan de boven beschreven structuur ons een
hulpmiddel zijn, als er een gebed uitgesproken moet worden. Het is dan
goed om duidelijk voor Gods aangezicht het moment te noemen waarop wij
bij elkaar zijn en daarvoor te danken om vervolgens een bede uit te
spreken.
Ik noem als voorbeeld:
‘Wij zegenen uw naam, God, omdat Gij ons hier bijeen hebt gebracht. Geef dat wij een vruchtbaar overleg mogen hebben dat ten goede zal komen aan hen voor wie wij verantwoordelijkheid dragen. '
Het is een van de verworvenheden van de Joodse traditie
en in het vervolg daarvan van de Reformatie om bij het vrije gebed ons
eerst tegenwoordig te stellen in het hier en nu. Je kunt ook zeggen dat
wij ons plaatsen in de tegenwoordigheid van de Eeuwige en dan vragen om
in zijn Geest te mogen handelen. Bidden heeft dan niet alleen het
karakter van vragen of smeken, maar daaraan voorafgaand een moment van
besef van Gods aanwezigheid en werkzaamheid in ons midden, zoals dat
ook het geval is in het liturgische gebed.
Zo zien wij dat ‘gedachtenis’ indachtig zijn hoe
God onder ons aanwezig is, altijd tot de karakteristiek van bidden
behoort.
Deel zes
Naar de viering toe
Dit gebed vormt een belangrijke schakel naar het vervolg
van de viering toe. Wanneer het goed geschreven is, wordt er op de
komende lezingen vooruit gespeeld of minstens iets als een kernwoord
van de lezingen naar voren gebracht. Zelf heb ik dat gedaan in mijn
boek ‘Wij bidden U’ dat grotendeels ook opgenomen
is in het Dienstboek van de Protestantse kerken.
kernwoord
Zo’n kernwoord kun je ook het thema van de viering noemen maar dat woord roept teveel associaties op aan wat wel thematische vieringen wordt genoemd, terwijl het thema van de liturgie al gegeven is met de lezingen die er gaan klinken. Die woorden van de Schrift zijn, zoals wij lezen in de Klaagliederen van Jeremia alle dagen nieuw:
‘Zonder
einde is de genade van de Heer,
onuitputtelijk is
zijn medelijden.
Uw grote trouw is
iedere ochtend weer nieuw. (Klaagliederen
3,22-23)
Het is een diep en betrouwbaar inzicht in het luisteren
naar de woorden van de Schrift dat zij elke dag als nieuw klinken.
Dagtekst van de Bijbel
De tekst van de Bijbel klinkt op deze dag, nu wij in deze speciale omstandigheden verkeren en zal dan ook haar licht laten schijnen op ons leven op dit moment. Dit inzicht kan je ertoe brengen om ook bij een speciale viering als ene huwelijkssluiting, een begrafenis, een doop of een zalving van een zieke eerst te zien wat er in het Lectionarium voor deze zondag of dag door de week aan Bijbelteksten wordt aangereikt. Dat werpt vaak een verrassend licht op de te houden viering en voorkomt dat wij ons eigen thema gaan zoeken dat vaak meer zegt over onszelf dan over de gebeurtenis die wij vieren.
De openingsritus als gebeuren
Samenvattend kunnen wij zeggen dat er veel gebeuren kan
in het ritueel
dat een viering opent. Het komt er op aan dat er
één vloeiende lijn aanwezig is die begint bij de
openingszang en tot rust komt in het afsluitende gebed dat tegelijk een
schakel vormt naar de dienst van het Woord die volgen gaat.
Compactheid
Wat hierbij van het grootste belang is, is de kwaliteit
en compactheid
van de woorden die wij gebruiken. Over het algemeen klinken er veel te
veel uitleggende woorden in de liturgie en met name aan het begin van
een viering willen voorgangers nog wel eens hun kruit verschieten omdat
zij vooruitlopen op wat er in de verkondiging klinken gaat.
De opbouwende lijn
Dat is niet goed, want de opening van een viering is een
rite apart
waarin wij ons verzamelen in het openingslied, ter plaatse worden
gebracht in het openingswoord dat de verbinding legt van
‘buiten naar binnen’ . Dit wordt dan weer op een
biddende wijze onder woorden gebracht in de litanie en in de stilte die
in acht genomen wordt alvorens het afsluitende openingsgebed klinkt.
Dit gebed kan het beste worden afgesloten met een lofzang. Op die
manier gaan wij vanuit onze eigen leefwereld over de drempel de
gemeenschap binnen. Die wordt zich ervan bewust waar en hoe wij hier
staan: ons openend voor het Woord. De lofzang is bij uitstek in staat
ons geheel en al te laten opengaan voor het geheim van God die zich tot
ons zal wenden in zijn Woord. Zo is de openingsritus een gebeuren dat
ons verzamelt en opent voor de Eeuwige die onder ons aanwezig wil
zijn.
Afrondend
Laat deze ritus vanuit zijn eigen dynamiek haar werk doen en vervlak die niet door te veel woorden uit eigen mond te gebruiken. Een openingsritus die helder van opbouw is, verduidelijkt zichzelf en laat voldoende ruimte om aanwezige gevoelens van mensen onuitgesproken tot hun recht te laten komen. Zo kan de opening van een viering een moment worden waarop wij ons bewust worden waar wij op dit moment staan en ons open maken om met vertrouwen de Schrift te openen die ons een weg en een richting zal wijzen om te leven in het besef van de Aanwezige ‘die hemel en aarde maakt en het werk van zijn handen niet verlaten zal’.
deel 8: De dienst van het Woord
Het woord: een dynamisch gebeuren
Zoals wij al eerder gezegd hebben is het woord van de Bijbel het uitgangspunt van ons vieren. Hierbij is het van belang om te bedenken dat het begin van het evangelie volgens Johannes hiermee begint: ‘In den beginne was het woord’. In de Naardense vertaling van de Bijbel horen wij: ‘In het begin was er het spreken’ en dat is eigenlijk een veel uitdagender uitdrukking want daarin horen wij dat wij ons in de dienst van het woord openstellen voor het spreken van de Levende. Het gaat daarbij niet om letterlijke woorden maar om een dynamisch gebeuren. Wij stellen ons open voor een beweging die van Godswege begint en tot ons gericht is.
Gelijk een ontmoeting
Het is ermee als bij de ontmoeting en het spreken van mensen tot elkaar: wij zijn daarin bedacht op datgene wat ons raken wil, of anders gezegd, wij luisteren naar hetgeen er onder woorden wordt gebracht. In die zin is het helemaal waar wat de dichter Martinus Nijhoff eens schreef ‘Lees maar, er staat niet wat er staat’. Het gaat om wat er achter de woorden aan ons overgeleverd wil worden. In die zin verkeren wij niet in een andere positie dan de schrijvers van de verhalen en getuigenissen in de Bijbel. Zij hebben ons overgeleverd wat zij in hun leven ondervonden hebben van het ‘spreken van de Levende’.
De dienst van het woord: een luistermoment
Het openen van de Bijbel na de openingsritus is dus een luistermoment om op het spoor te komen van dat spreken. Soms horen wij dat heel expliciet verwoord als er staat ‘en het geschiedde’. Dan wil de schrijver ons deelgenoot maken van het doorbreken van het licht van God in zijn of haar leven. Die woorden zijn een dienst aan ons, want zij helpen ons om te beseffen dat er een spreken van God is tot ons en kunnen ons ontvankelijk maken om ook zelf werkelijk luisteraars te worden.
De bektenis van de antwoordpsalm
Daarom is het heel belangrijk dat wij na de lezing de
aansluitende Psalm beluisteren want daarin horen wij hoe mensen
gereageerd hebben op die woorden. Wanneer bijvoorbeeld de profeet
Ezechiël spreekt over God die zelf een herder zal zijn over
zijn
volk op een andere manier dan de leiders van zijn dagen, is het een
bevrijdend besef om in aansluiting en als antwoord op die
woorden
psalm 23 zingen: ‘De Heer is mijn herder’.
Door het zorgvuldig laten aansluiten van de antwoordpsalm op de
profetenlezing leren wij eigenlijk wat geloven is: luisteren en
proberen te beamen wat wij gehoord hebben.
Het evangelie
Als daarna het evangelie klinkt, is Jezus degene die ons sterkt in dat vertrouwen als wij Hem horen zeggen ‘Ik ben de goede herder’. Het is in deze rabbi dat het spreken van God betrouwbaar en tastbaar tot ons komt. Wanneer wij zo de samenhang van de schriftgedeelten op het spoor zijn gekomen via het kernwoord ‘herder’ zal het niet moeilijk meer zijn om in een woord van overweging die boodschap voor onze dagen onder woorden te brengen.
De voorbede
De voorbede die hierop volgt vraagt uitdrukkelijk om de realisering ervan in onze wereld, in de kerkgemeenschap en in ons concrete bestaan van alledag. Na de openingsritus – waarover wij al spraken – is de Woorddienst dus een liturgie die in zichzelf een eenheid vormt en nog slechts gevolgd hoeft te worden door een afsluitende zending en zegenbede.
De cirkel rond
Dan is de cirkel rond: komen in de ruimte waarin het
Spreken
van god kan gebeuren, luisteren en overwegen en antwoordend bidden,
waarna wij teruggaan naar de wereld en ons dagelijks leven om te doen
wat wij gehoord en ervaren hebben.
