deel twee

Het Woord vieren 

Alle liturgie vindt zijn vertrekpunt in het woord van de Bijbel. Dat is één van de belangrijkste leerpunten van het tweede Vaticaans Concilie. Er bestaat geen enkele viering zonder dat er uit de Bijbel gelezen wordt, want daarin worden de geloofservaringen van mensen doorgegeven opdat wij ze niet slechts zouden horen maar ook tot die ervaringen gebracht zouden worden. Het is in dit verband om te wijzen op de manier waarop in de Naardense Bijbel het begin van het Johannesevangelie wordt vertaald. Er staat ‘In het begin was er een spreken’ Het Woord is dus een aanduiding van een dynamisch gebeuren, van een aanspraak en een uitnodiging die ons van Godswege bereiken wil! Welnu voor die beweging naar ons toe stellen wij ons open in het begin van elke liturgie. Of het nu gaat om een Eucharistieviering, de sluiting van een huwelijk, een doop, ziekenzalving of begrafenis, altijd wordt het gebeuren gekleurd door de woorden van de Schrift die een licht willen laten schijnen over het gebeuren.

Het Woord laten klinken 

Wanneer wij deze woorden laten klinken in ons midden, moet dat dus gebeuren vanuit het besef dat er een ervaring van mensen onder woorden wordt gebracht. De lector – man of vrouw – zal daar bij de voorbereiding goed rekening mee moeten houden. Het lezen is dus aan bepaalde regels gebonden en die zou je als volgt kunnen aanduiden: Heb je een duidelijk beeld van het verhaal of de tekst die je leest, zie je het voor je? In de mate dat je het als lezer voor je ziet, zullen ook de toehoorders een beeld ervan krijgen. Je zou dus kunnen zeggen: weet je wat je leest? Vervolgens komt de vraag hóe je het leest. Je moet je natuurlijk in-leven in een tekst maar nooit met de instelling alsof die tekst van jou moet worden. Nee, het blijven woorden van andere mensen die je met respect naar voren moet brengen en dat niet op een ‘kerk-toon’ maar als een menselijke overdracht. Zo kan het woord dat wij horen ons op het spoor brengen van gelovige ervaringen die wij wellicht ook uit ons eigen leven kennen.

deel vier

Gebed

Tot nu toe hebben wij aandacht gegeven aan de liturgische grondstructuur en twee elementen nader bekeken die voor liturgie van groot belang zijn: op de eerste plaats het Woord en vervolgens het overwegen ervan in de antwoordpsalm.
Het derde moment in de drieslag is het antwoorden op het Woord en dat is het gebed

Structuur

Vanouds heeft het gebed een heel duidelijke structuur in de Joodse traditie en ook in die van de Christelijke liturgie. In het gebed antwoorden of reageren wij op dat wat wij gehoord hebben. Wij weten immers niet wie God in zichzelf is maar wel wat hij naar het getuigenis in de Bijbel aan mensen heeft gedaan, hoe Hij ervaren is in het leven van het volk Israël. Het ligt daarom voor de hand om de Levende aan te spreken op hoe Hij naam gemaakt heeft onder ons. In de traditie kennen wij dan ook als standaard begin van het liturgische gebed: ‘God, die…’. 

Bijvoorbeeld:

‘God, die in het begin hemel en aarde geschapen hebt’ of

‘Gij die uw volk uit het slavenhuis naar de vrijheid hebt geleid’.

Op die manier gedenken wij, brengen wij ons zelf in herinnering hoe de Levende door mensen ervaren is.
Op grond van dit gegeven hebben wij het vertrouwen om te vragen dat Hij die bevrijdende werkzaamheid ook aan ons hier en nu tonen zal. Daarom wordt er na de aanhef gebeden: ‘wij vragen U dat ook wij uw bevrijdende kracht mogen ondervinden’. Zo is in alle eenvoud en helderheid een gebedsstructuur voorhanden die verstaanbaar en door de aanwezigen met een instemmend ‘Amen’ beantwoord kan worden.
Het zal duidelijk zijn dat de onderscheiden elementen van aanspreken, herinnering en bede niet altijd precies in deze logische volgorde achter elkaar moeten staan maar zij mogen niet ontbreken, wil het gebed duidelijk, helder en verstaanbaar zijn. 

Het vrije gebed

Niet alleen in het liturgische gebed, maar ook in een vrije gebedsimprovisatie kan de boven beschreven structuur ons een hulpmiddel zijn, als er een gebed uitgesproken moet worden. Het is dan goed om duidelijk voor Gods aangezicht het moment te noemen waarop wij bij elkaar zijn en daarvoor te danken om vervolgens een bede uit te spreken.
Ik noem als voorbeeld: 

‘Wij zegenen uw naam, God, omdat Gij ons hier bijeen hebt gebracht. Geef dat wij een vruchtbaar overleg mogen hebben dat ten goede zal komen aan hen voor wie wij verantwoordelijkheid dragen. '

Het is een van de verworvenheden van de Joodse traditie en in het vervolg daarvan van de Reformatie om bij het vrije gebed ons eerst tegenwoordig te stellen in het hier en nu. Je kunt ook zeggen dat wij ons plaatsen in de tegenwoordigheid van de Eeuwige en dan vragen om in zijn Geest te mogen handelen. Bidden heeft dan niet alleen het karakter van vragen of smeken, maar daaraan voorafgaand een moment van besef van Gods aanwezigheid en werkzaamheid in ons midden, zoals dat ook het geval is in het liturgische gebed. Zo zien wij dat ‘gedachtenis’ indachtig zijn hoe God onder ons aanwezig is, altijd tot de karakteristiek van bidden behoort.

Deel zes

Naar de viering toe 

Dit gebed vormt een belangrijke schakel naar het vervolg van de viering toe. Wanneer het goed geschreven is, wordt er op de komende lezingen vooruit gespeeld of minstens iets als een kernwoord van de lezingen naar voren gebracht. Zelf heb ik dat gedaan in mijn boek ‘Wij bidden U’ dat grotendeels ook opgenomen is in het Dienstboek van de Protestantse kerken. 

kernwoord 

Zo’n kernwoord kun je ook het thema van de viering noemen maar dat woord roept teveel associaties op aan wat wel thematische vieringen wordt genoemd, terwijl het thema van de liturgie al gegeven is met de lezingen die er gaan klinken. Die woorden van de Schrift zijn, zoals wij lezen in de Klaagliederen van Jeremia alle dagen nieuw: 

‘Zonder einde is de genade van de Heer,
onuitputtelijk is zijn medelijden.
Uw grote trouw is iedere ochtend weer nieuw. (Klaagliederen 3,22-23) 

Het is een diep en betrouwbaar inzicht in het luisteren naar de woorden van de Schrift dat zij elke dag als nieuw klinken.
 

Dagtekst van de Bijbel 

De tekst van de Bijbel klinkt op deze dag, nu wij in deze speciale omstandigheden verkeren en zal dan ook haar licht laten schijnen op ons leven op dit moment. Dit inzicht kan je ertoe brengen om ook bij een speciale viering als ene huwelijkssluiting, een begrafenis, een doop of een zalving van een zieke eerst te zien wat er in het Lectionarium voor deze zondag of dag door de week aan Bijbelteksten wordt aangereikt. Dat werpt vaak een verrassend licht op de te houden viering en voorkomt dat wij ons eigen thema gaan zoeken dat vaak meer zegt over onszelf dan over de gebeurtenis die wij vieren. 

De openingsritus als gebeuren 

Samenvattend kunnen wij zeggen dat er veel gebeuren kan in het ritueel dat een viering opent. Het komt er op aan dat er één vloeiende lijn aanwezig is die begint bij de openingszang en tot rust komt in het afsluitende gebed dat tegelijk een schakel vormt naar de dienst van het Woord die volgen gaat. 

Compactheid 

Wat hierbij van het grootste belang is, is de kwaliteit en compactheid van de woorden die wij gebruiken. Over het algemeen klinken er veel te veel uitleggende woorden in de liturgie en met name aan het begin van een viering willen voorgangers nog wel eens hun kruit verschieten omdat zij vooruitlopen op wat er in de verkondiging klinken gaat.
 

De opbouwende lijn 

Dat is niet goed, want de opening van een viering is een rite apart waarin wij ons verzamelen in het openingslied, ter plaatse worden gebracht in het openingswoord dat de verbinding legt van ‘buiten naar binnen’ . Dit wordt dan weer op een biddende wijze onder woorden gebracht in de litanie en in de stilte die in acht genomen wordt alvorens het afsluitende openingsgebed klinkt. Dit gebed kan het beste worden afgesloten met een lofzang. Op die manier gaan wij vanuit onze eigen leefwereld over de drempel de gemeenschap binnen. Die wordt zich ervan bewust waar en hoe wij hier staan: ons openend voor het Woord. De lofzang is bij uitstek in staat ons geheel en al te laten opengaan voor het geheim van God die zich tot ons zal wenden in zijn Woord. Zo is de openingsritus een gebeuren dat ons verzamelt en opent voor de Eeuwige die onder ons aanwezig wil zijn. 

Afrondend 

Laat deze ritus vanuit zijn eigen dynamiek haar werk doen en vervlak die niet door te veel woorden uit eigen mond te gebruiken. Een openingsritus die helder van opbouw is, verduidelijkt zichzelf en laat voldoende ruimte om aanwezige gevoelens van mensen onuitgesproken tot hun recht te laten komen. Zo kan de opening van een viering een moment worden waarop wij ons bewust worden waar wij op dit moment staan en ons open maken om met vertrouwen de Schrift te openen die ons een weg en een richting zal wijzen om te leven in het besef van de Aanwezige ‘die hemel en aarde maakt en het werk van zijn handen niet verlaten zal’.

deel 8: De dienst van het Woord 

Het woord: een dynamisch gebeuren

Zoals wij al eerder gezegd hebben is het woord van de Bijbel het uitgangspunt van ons vieren. Hierbij is het van belang om te bedenken dat het begin van het evangelie volgens Johannes hiermee begint: ‘In den beginne was het woord’. In de Naardense vertaling van de Bijbel horen wij: ‘In het begin was er het spreken’ en dat is eigenlijk een veel uitdagender uitdrukking want daarin horen wij dat wij ons in de dienst van het woord openstellen voor het spreken van de Levende. Het gaat daarbij niet om letterlijke woorden maar om een dynamisch gebeuren. Wij stellen ons open voor een beweging die van Godswege begint en tot ons gericht is. 

Gelijk een ontmoeting

Het is ermee als bij de ontmoeting en het spreken van mensen tot elkaar: wij zijn daarin bedacht op datgene wat ons raken wil, of anders gezegd, wij luisteren naar hetgeen er onder woorden wordt gebracht. In die zin is het helemaal waar wat de dichter Martinus Nijhoff eens schreef ‘Lees maar, er staat niet wat er staat’. Het gaat om wat er achter de woorden aan ons overgeleverd wil worden. In die zin verkeren wij niet in een andere positie dan de schrijvers van de verhalen en getuigenissen in de Bijbel. Zij hebben ons overgeleverd wat zij in hun leven ondervonden hebben van het ‘spreken van de Levende’. 

De dienst van het woord: een luistermoment

Het openen van de Bijbel na de openingsritus is dus een luistermoment om op het spoor te komen van dat spreken. Soms horen wij dat heel expliciet verwoord als er staat ‘en het geschiedde’. Dan wil de schrijver ons deelgenoot maken van het doorbreken van het licht van God in zijn of haar leven. Die woorden zijn een dienst aan ons, want zij helpen ons om te beseffen dat er een spreken van God is tot ons en kunnen ons ontvankelijk maken om ook zelf werkelijk luisteraars te worden. 

De bektenis van de antwoordpsalm

Daarom is het heel belangrijk dat wij na de lezing de aansluitende Psalm beluisteren want daarin horen wij hoe mensen gereageerd hebben op die woorden. Wanneer bijvoorbeeld de profeet Ezechiël spreekt over God die zelf een herder zal zijn over zijn volk op een andere manier dan de leiders van zijn dagen, is het een bevrijdend besef om in aansluiting en als antwoord op die woorden psalm 23 zingen: ‘De Heer is mijn herder’.
Door het zorgvuldig laten aansluiten van de antwoordpsalm op de profetenlezing leren wij eigenlijk wat geloven is: luisteren en proberen te beamen wat wij gehoord hebben. 

Het evangelie

Als daarna het evangelie klinkt, is Jezus degene die ons sterkt in dat vertrouwen als wij Hem horen zeggen ‘Ik ben de goede herder’. Het is in deze rabbi dat het spreken van God betrouwbaar en tastbaar tot ons komt. Wanneer wij zo de samenhang van de schriftgedeelten op het spoor zijn gekomen via het kernwoord ‘herder’ zal het niet moeilijk meer zijn om in een woord van overweging die boodschap voor onze dagen onder woorden te brengen. 

De voorbede

De voorbede die hierop volgt vraagt uitdrukkelijk om de realisering ervan in onze wereld, in de kerkgemeenschap en in ons concrete bestaan van alledag. Na de openingsritus – waarover wij al spraken – is de Woorddienst dus een liturgie die in zichzelf een eenheid vormt en nog slechts gevolgd hoeft te worden door een afsluitende zending en zegenbede. 

De cirkel rond

Dan is de cirkel rond: komen in de ruimte waarin het Spreken van god kan gebeuren, luisteren en overwegen en antwoordend bidden, waarna wij teruggaan naar de wereld en ons dagelijks leven om te doen wat wij gehoord en ervaren hebben.